| Nieuws en berichten
over vrouwenhandel
Een
spiritualiteit van risico: de strijd tegen vrouwenhandel
Maaike de Haardt
SRTV Den Bosch, 29 januari 2009
Dames en Heren,
Het is me een eer en een genoegen
om hier vanmiddag bij de presentatie van dit indrukwekkende boek, Elena,
een bezinning op mensenhandel, een woord te mogen spreken. Het geeft me
een kans mijn betrokkenheid bij het werk van de SRTV vanuit mijn vakgebied
gestalte te geven.
Vanuit mijn vakgebied, want de organisatoren hebben me gevraagd om als
feministische theoloog iets te zeggen over de spirituele en theologische
kanten van de betrokkenheid en inzet van al degenen die betrokken zijn
bij de strijd tegen mensenhandel in het algemeen en vrouwenhandel in het
bijzonder. Want, zo zei Elma me, dat is iets wat vaak onderbelicht blijft.
Wat valt er te zeggen over de spirituele motieven, drijfveren en vooral
zo vul ik maar aan, wat valt er te zeggen over de inzet en het uithoudingsvermogen
om –tegen allerlei obstakels in- door te gaan met de concrete hulp
aan de slachtoffers van mensenhandel; om door te gaan met het aanklagen
en bestrijden van mensenhandel als een door samenleving en politiek weliswaar
niet goedgekeurde maar toch tot op grote hoogte wel een ‘gedoogde’
praktijk. Dat alles behoort immers tot de doelstellingen, van de SRTV
en van de vele anderen netwerken tegen vrouwenhandel.
Over de ‘vanzelfsprekendheid’
en onzichtbaarheid van vrouwenhandel
Vrouwenhandel, en dan met name vrouwenhandel gericht op prostitutie -,
het grootste deel dus van vrouwenhandel, wordt, zo las ik onlangs in een
artikel in de Volkskant, beschouwd als ‘reguliere criminaliteit’.
Ik was eerlijk gezegd behoorlijk ontzet toen ik deze tussen neus en lippen
door beschrijving zag. Zelf denk ik bij reguliere criminaliteit aan zoiets
‘onschuldigs’ als diefstal, fraude, oplichting. Desnoods wapen-
of drugshandel, maar vrouwen of mensenhandel zou ik zelf nooit onder de
categorie ‘regulier’ plaatsen. Vrouwenhandel als ‘reguliere’
criminaliteit bestempelen lijkt me overigens uiterst veelzeggend als het
gaat om de onzichtbaarheid en complexiteit van de strijd tegen mensenhandel.
‘Reguliere’ zaken hebben immers iets vanzelfsprekend. Ze zijn
daardoor grotendeels onzichtbaar en daarmee vaak het moeilijkst te bestrijden.
Prostitutie, ja, zo oud als de wereld immers. En blijkbaar hoort mensenhandel
daar tegenwoordig als vanzelf bij. Trivialiseren en minimaliseren van
het probleem noemen we dat.
In dat licht vond ik het opvallend
en teleurstellend dat in de laatste Opzij, die zich onder de titel Opzij
3.0 in een nieuwe stijl presenteerde, de brede sociaal-maatschappelijke
problemen, de onderkanten van de samenleving en dus ook vrouwenhandel
maar heel mondjesmaat aan de orde kwamen. (terzijde: dat leidde overigens
gisteren in de Volksrant strip Sigmund tot het commentaar van een van
de burka babe’s dat het dus iet over haar ging: o ik ben geen wit
en rijk wijf) En net als de meest andere bekende vrouwen die aan het woord
kwamen richten ook de politici onder hen zich als het ging om de belangrijkste
thema’s van hedendaagse emancipatie op kinderopvang, gelijke beloningen,
vrouwen aan de top, de schoonheidscultus en noemt u maar op. Het gaat
me er niet om het ene probleem tegen het andere uit te spelen, maar met
good old Anja Meulenbelt die het woord solidariteit inbracht en met de
twee jonge vrouwen die op de urgentie van de strijd tegen naar vrouwenhandel
wezen, ben ik van mening dat de zaak van emancipatie en gelijke meer en
veel ander zaken omvat dan de ‘actuele thema’s’ die
genoemd werden in de laatste Opzij. Rechten. Zoals dat bijvoorbeeld ook
blijkt in de Verklaring van de Rechten van de mens maar vooral in het
noodzakelijk en aan aanvullende Vrouwenverdrag weer later ook in het Palermo
protocol. Ik ben er zelfs diep in mijn hart van overtuigd dat daar genoemde
problemen zwakke en uiteindelijk afgeleide of uitvloeisels zijn van deze
bredere en diepere en bovendien mondiale problemen. Ik noem: Armoede,
uitbuiting, illegaliteit, handel in vrouwen, migratie, urbanisering, geweld
tegen vrouwen, burger- en andere oorlogen, maar ook milieuzaken en uitputting
van de aarde. Ik noem seksisme, rascisme en etnocentrisme en dat alles
in een onderlinge samenhang. Al deze zaken worden, al dan niet bewust
bedoeld, politiek en of religieus gelegitimeerd. Wie enigszins op de hoogte
is weet dat met name vrouwen en kinderen de eerste slachtoffers van dergelijke
problemen zijn, en weet ook dat dit nog steeds geen toeval is.
Nu staan al deze grote zaken
weliswaar met regelmaat op internationale agenda’s en spreken zowel
politieke als religieuze leiders over hun bereidheid om zich voor deze
zaken in te zetten. Maar de problemen van de schending van mensenrechten,
en al helemaal de problemen van de schending van vrouwenrechten –en
helaas is dat nog steeds niet hetzelfde-, ze zijn met formele bereidheid
en formele afspraken niet opgelost. Integendeel. De verschillen in visie,
strategie en vooral ook de bereidheid om niet alleen de ernst van de zaak
in te zien, maar er ook iets aan te doen is niet altijd groot, laat staan
slagvaardig. En zeker als het om vrouwenhandel gaat zijn de oorzaken complex,
en raken ze de domeinen van economie, recht, politiek, gender-relaties,
moraal en religie.
Meer nog, het probleem ‘vrouwenhandel’ zelf wordt maar relatief
weinig als een echt uiterst urgent probleem erkent. En dat laatste heeft,
zo meen ik, niet zozeer te maken met de feitelijke politieke analyses
maar vooral ook met de culturele, levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen,
waarden en oordelen die onder de feitelijke analyses liggen. Dat heeft
uiteindelijk te maken hebben de opvattingen voor wie ‘het goede
leven’, een ‘leven in overvloed’ als eerste is weggelegd
en waarom dat voor bepaalde groepen wel en voor anderen minder belangrijk
is.
Een spiritualiteit van risico
En misschien, zo leg ik u voor, ligt precies op dít punt, dit opkomen
tegen de vanzelfsprekendheid en de onzichtbaarheid van vrouwenhandel wel
een van de belangrijkste en meest kenmerkende dimensies van het werk van
de SRTV en komt daarin ook het sterkst haar spirituele en theologische
profiel naar voren. Ik probeer dat vanuit mijn achtergrond in feministische
theologie nu wat nader te benoemen in het volle bewustzijn dat er andere
beschrijvingen en typologieën mogelijk zijn.
In alle voorlopigheid spreek ik hier over ‘een spiritualiteit van
risico’.
Dat wat onzichtbaar of vanzelfsprekend
is heeft geen naam, wordt niet gekend, niet gezien en niet gehoord. Wie
niet wordt gezien, gekend en gehoord, aan haar wordt menselijke waardigheid
ontnomen. En, zoals gezegd, het is in veler belang om dat zo te houden.
De SRTV, U hier aanwezig, wilt dat met uw werk doorbreken en weet zich
gevoed door een traditie van eeuwen: Gevoed door het geloof in een God
die ons kent, bij onze naam noemt en die ons heeft gevormd. Daarmee demonstreert
u dat fundamentele menselijke waardigheid niet afhankelijk is van de oordelen
van politieke of religieuze leiders, niet afhankelijk is van culturele
‘gewoonten’, van menselijke willekeur of machtspolitiek, maar
dat deze menselijke waardigheid van Godgegeven is. En in de manier waarop
uw de strijd tegen mensenhandel aangaat, demonstreert u ook dat deze waardigheid
niet anders gerealiseerd kan worden dan middels de stem, de ogen, de oren,
de handen en de voeten van mensen. Dat is niet zonder risico, want het
is roeien tegen sterke stromen in.
Immers, bij vrouwenhandel gaat
het gaat om vrouwen en om seks. Gaat het om uitbuiting, mishandeling en
geweld. Gaat het om minachting van vrouwen, om objectivering en tot handelswaar
maken van mensen. Dit in de openbaarheid brengen is taboe doorbrekend.
Want het maakt daarmee ook de doorgaans in onze westerse culturen behoorlijk
goed verborgen, maar niettemin zeer kwaadaardige trekken van mannelijke
dominantie, duidelijk. Seks en vrouwen zijn ook voor patriarchale religieuze
tradities, in onze westerse cultuur het christendom voorop, geen gemakkelijke
thema’s. Afzonderlijk niet, maar in combinatie met elkaar komen
in deze twee thema’s, in seks en vrouwen, alle (voor)oordelen over
zonde, over vrouwelijke minderwaardigheid en vrouwelijke zondigheid, over
seksuele verleidingskracht, over ondermijning van belangrijke christelijke
waarden, enzovoorts naar boven. Vrouwen en seks, dat dient beheerst en
gereguleerd te worden, en wel bij voorkeur door (klerikale) mannen want
vrouwen zijn daartoe immers ‘van nature’ niet zelf in staat.
Anderen, de SRTV, zouden zeggen, dat dient ‘behoed’ te worden.
Maar zoals u zelf op uw site heel vriendelijk en met fijnzinnig gevoel
voor understatement zegt: ‘de geschiedenis van het christendom heeft
geleerd dat dit ‘behoeden’ niet per definitie gunstige effecten
heeft’. U kiest voor zelfbeschikking, zelfs in deze heikele kwesties
rond vrouwen en seks en de uitbanning van vrouwenhandel. Kwesties waarin
doorgaans moralisme, paternalisme maar evengoed maternalisme, zowel het
politieke als het religieuze spectrum bepalen. U bent zich er bewust van,
getuige de formulering op de SRTV website, dat u zich met uw inzet mogelijk
op veel plaatsen niet geliefd maakt. Want in de christelijke tradities
mag dan wel een hoopvol perspectief tegen vrouwenhandel te vinden zijn,
diezelfde traditie is een ook deel van het probleem. In dit opzicht speelt
de strijd tegen vrouwenhandel zich zowel politiek-maatschappelijk als
religieus op het scherpst van de snede. Een spiritualiteit van risico
dus.
Een dergelijke spiritualiteit
vraagt moed. Ze vraagt daarnaast uithoudingsvermogen en een vorm van ‘overlevingsmentaliteit’.
Zoals de prostitutie van veel slachtoffers van vrouwenhandel vaak een
vorm van ‘survival-seks’ is, heeft ook het protest tegen vrouwenhandel
iets van een ‘survival’-tocht: een tegen beter weten in niet
loslaten van de overtuiging van de waardigheid van ieder mens. Een tocht
tegen de politieke, maatschappelijke en veelal ook religieuze vergetelheid.
Vergetelheid van slachtoffers, van daders en –niet te vergeten-
medeplichtigen van vrouwenhandel.
Survival ook, omdat de overlevingsmogelijkheden voor de slachtoffers relatief
‘beperkt’ zijn, dwz maar zeer ten dele passen bij de dominante
hedendaagse ‘idealen’ van een ‘geslaagd’ leven.
En daarmee komen deze hedendaagse idealen, (een beetje flauw gesteld,
de Opzij idealen) ook in een kritisch licht te staan. Want voor wie gelden
die eigenlijk? En onder welke voorwaarden? Vrouwenhandel aanpakken op
grond van de erkenning van de waardigheid van alle vrouwen en mannen,
ongeacht hun feitelijke omstandigheden, raakt, zo meen ik, op fundamentele
wijze een aantal van de basis vanzelfsprekendheden van onze cultuur. Hier
gaat het niet om de individuele en liberale ‘moed om te zijn’
maar gaat het om de ‘moed anderen te durven laten zijn’. Dat
is in velerlei opzichten risicovol.
Uithouden, overleven, mee lopen
met hen die niet anders kunnen. Getuigen zijn en daarmee stem en gezicht
geven aan de stemlozen. Stem en gezicht geven aan wanhoop en hoop. Heel
concreet. Het is een vorm van spiritualiteit waarin de aandacht voor God
gestalte krijgt in het zien en horen en vooral het stem geven van wie
en wat onzichtbaar is gemaakt. De Onzienlijke present stelle in diegenen
die onzienlijk gemaakt zijn. Het gaat om groepen die ook vaak in politieke
of bevrijdingstheologische contexten onzichtbaar blijven, want het gaat
immers over vrouwen en seks. Goddelijke presentie is meervoudig en niet
zo simpel te duiden. Dat dreigen degenen die uit zijn op beheersing en
helderheid, maar helaas ook degenen die wel kiezen voor de onderkanten
van de samenleving, nog al eens te vergeten.
Een dergelijke spiritualiteit,
waarin het vertrouwen en het geloof in de waardigheid van iedere mens,
in welke omstandigheden dan ook, centraal staat, is overigens niet naïef
of optimistisch. U weet dat oplossingen niet simpel zijn, niet snel te
realiseren zijn, zonder dat dit inzicht tot cynisme of machteloosheid
leidt. Iets wat nog wel eens gebeurd: als ik toch niet onmiddellijk iets
uithaalt, wat heeft het dan voor zin om je in te zetten?
U weet ook dat de slachtoffers van mensenhandel méér zijn
dan louter slachtoffer. Niet voor niets is zelfbeschikking ook in deze
context een centrale term voor u. Bovendien, hoewel u zich niet laat verleiden
tot ‘blaming the victim’, tot het slachtoffer de schuld geven
en evenmin mee gaat in de opmerking ‘dat veel vrouwen er toch zelf
voor kiezen’, zijn de slachtoffers vaak diep getekende, getraumatiseerde
en vaak ook zonder dat, gewoon complexe persoonlijkheden. Zowel in hun
kwetsbaarheid en in hun vermogen andere te kwetsen. Slachtoffers van vrouwenhandel
zijn in dat opzicht niet anders dan ieder ander. Niet de traditionele
christelijke woorden als ‘vergeving’ of ‘verlossing’
zijn dan van belang, maar heling, aandacht, compassie, zorg, en verzorging
van de primaire behoeften aan veiligheid, erkenning. En, opnieuw ‘de
moed anderen te durven laten zijn’. Dat is risicovol, want die anderen
te durven laten zijn, betekent immers ook die anderen ‘anders’
te durven laten zijn, en ze toch niet los te laten.
Als het christelijke kruis
en de kruisweg in deze context van betekenis zijn, is dat opnieuw op het
scherpst van de snede. Elena’s lijdensweg vergelijken met de kruisweg
van Jezus zal velen mogelijk ongepast voorkomen. Leidt dit alles niet
af van het wel eigen, heel bijzondere want verlossende lijden van Jezus
die de Christus is? Is de vergelijking met een vrouw die via mensenhandel
inde prostitutie is gekomen niet blasfemisch? Opnieuw, ook in dit opzicht
wordt de strijd tegen vrouwenhandel gedragen door een spiritualiteit van
risico. Spreken over de kruisweg van Elena staat in een traditie waarin
het kruis primair aanklacht is tegen onrecht en geweld. Waarin het kruis
oproep is om het christelijk engagement handen en voeten, oren en ogen
te geven. Getuige te zijn en te gaan zien wat onzichtbaar gehouden wordt.
Een spiritualiteit van risico
wordt gedragen door woede, hoop, en liefde en het vertrouwen in de geleidelijke
maar uiteindelijk maatschappelijk transformerende kracht van deze ‘deugden’.
Het water zal de stenen breken. Ondanks alle traagheid, tegenwerking,
dubbele tongen, politieke en religieuze mooipraterij, ondanks het feit
dat vrouwenhandel niet af lijkt te nemen, of, zou je ook kunnen zeggen,
steeds meer zichtbaar wordt, er is de laatste jaren ook ontzettend veel
ten positieve gebeurd. Het water zal de stenen breken, daar is het ons
uiteindelijk om te doen.
Maaike
de Haardt
SRTV Den Bosch, 29 januari 2009
terug naar begin
Presentatie
Elena, een bezinning op mensenhandel
In de voorjaar van 2008 kwam een van de redactiemedewerkers van Verhandelingen,
Frans Kwik, met een Engelstalig foldertje naar de vergadering. Het was
een ‘Way of the Cross’ een kruisweg, gebaseerd op het leven
van een verhandelde vrouw. De maakster, een Engelse medewerkster van een
Geloof- en Vredesgroep, was geïnspireerd door het lijden van Christus,
de overeenkomsten in het lijden van een slachtoffer van vrouwenhandel
gaan zien.
De SRTV nam het idee over. In eerste instantie werd het verhaal letterlijk
vertaald en de tekeningen uit de Engelse versie overgenomen. Maar er zat
zoveel meer in dit verhaal…
Frans Kwik legde in de redactievergadering het bijbelvers Lucas 23:28
uit. Hierin zegt Jezus tegen de vrouwen die op weg naar Golgota om hem
huilden dat ze niet om hem moeten huilen, maar om het leed dat mensen
wordt aangedaan.
Deze uitleg zorgde ervoor dat het idee steeds vastere vorm aannam om met
dit Engelse verhaal iets meer te doen.
Toevallig was er sinds korte tijd een nieuwe medewerker bij de SRTV betrokken
geraakt, graalvrouw en kunstenares Mieke Borgdorff. Haar werd gevraagd
het verhaal te lezen en bij elke statie een schilderij te maken.
De SRTV wilde het verhaal kunnen gebruiken bij voorlichting in allerlei
groepen. Dat hield in dat het kruiswegverhaal losgelaten moest worden
omdat dat voor niet-katholieken een onbekend gegeven is.
Mensen van allerlei katholieke en protestantse achtergronden werd gevraagd
naar de tekst te kijken en er op- en aanmerkingen bij te plaatsen. Een
klein redactioneel team is er daarna mee aan de slag gegaan. De tekst
werd herschreven door Jan Brock en omgevormd tot een prachtig gedicht
waarin voor een goed verstaander de kuisweg nog wel terug te vinden is.
Van de teksten en de schilderijen werd een boekje en een dvd gemaakt die
op 29 januari aan belangstellenden werd gepresenteerd in de kapel van
het klooster van de Zusters van JMJ in Den Bosch.
Een
spiritualiteit van risico
Maaike de Haardt, bijzonder hoogleraar in Nijmegen op de Catharina Halkes-leerstoel
religie en gender, werd bereid gevonden om een lezing te houden bij deze
presentatie.
Ze was gevraagd als feministische theoloog iets te zeggen over de spirituele
en theologische kanten van de betrokkenheid en inzet van al degenen die
betrokken zijn bij de strijd tegen mensenhandel in het algemeen en vrouwenhandel
in het bijzonder.
Haar inspirerende verhaal was gebaseerd op haar analyse van het werk van
de SRTV; een spiritualiteit van risico.
Enkele
citaten uit haar lezing:
Het probleem ‘vrouwenhandel’ zelf wordt maar relatief weinig
als een echt uiterst urgent probleem erkend. En dat laatste heeft niet
zozeer te maken met de feitelijke politieke analyses maar vooral ook met
de culturele, levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen, waarden
en oordelen die onder de feitelijke analyses liggen.
Een
spiritualiteit van het risico ligt precies op dít punt, dit opkomen
tegen de vanzelfsprekendheid en de onzichtbaarheid van vrouwenhandel wel
een van de belangrijkste en meest kenmerkende dimensies van het werk van
de SRTV en komt daarin ook het sterkst haar spirituele en theologische
profiel naar voren.
Dat
wat onzichtbaar of vanzelfsprekend is heeft geen naam, wordt niet gekend,
niet gezien en niet gehoord. Wie niet wordt gezien, gekend en gehoord,
aan haar wordt menselijke waardigheid ontnomen.
In
de manier waarop de SRTV de strijd tegen mensenhandel aangaat, demonstreert
u ook dat deze waardigheid niet anders gerealiseerd kan worden dan middels
de stem, de ogen, de oren, de handen en de voeten van mensen. Dat is niet
zonder risico, want het is roeien tegen sterke stromen in.
Het
is een vorm van spiritualiteit waarin de aandacht voor God gestalte krijgt
in het zien en horen en vooral het stem geven van wie en wat onzichtbaar
is gemaakt.
Zo geeft het verhaal van Elena een stem en een gezicht aan de wanhoop
en hoop. Heel concreet.
Na
deze bijdrage van Maaike de Haardt werd de film ‘Elena, een bezinning
op mensenhandel’ vertoond. Een zeer indrukwekkend en schokkend verhaal
over het lijden van een jonge vrouw die gedwongen in de prostitutie terecht
komt.
Toch sprankt aan het einde een spoortje licht, de essentie van het Christendom:
de dood is niet het einde.
Geraakt door het verhaal, de kunstwerken en de prachtige begeleidende
muziek werd iedereen in de gelegenheid gesteld de originele kunstwerken
te bekijken onder het genot van een hapje en drankje.
De vele positieve reacties en de vele bestellingen sterken ons in de overtuiging
dat we er goed aan hebben gedaan dit thema op deze wijze onder de aandacht
van mensen te brengen.
Ivonne van de Kar
terug naar begin
Artikel
in dagblad Trouw n.a.v. 'Elena; een bezinning op mensenhandel'
‘Huil
niet om mij, maar om je kinderen’
De lijdensweg die Jezus aflegde naar het kruis, raakt soms aan onze eigen
gang door het leven. Zoals bij de verhandelende vrouw Elena. Ook zij werd
verraden, mishandeld en vermoord. Kunstenares Mieke Borgdorff schilderde
haar leven in vijftien hedendaagse kruiswegstaties.
Het
is de hoop op een beter leven. Die hoop drijft Elena ertoe om mee te gaan
met die onbekende man. Victor heet hij. Hij is aardig, behulpzaam en heeft
een auto. Zij is zeventien en heeft niets. Geen werkgever wil haar hebben
in het land waar zij woont. Haar moeder zou terugkomen, bij haar, haar
vader en broertjes. Maar dat is nooit gebeurd. Ook haar moeder had hier
geen leven, realiseert Elena zich nu.
Maar, nu wordt alles anders, denkt Elena. Haar dromen zullen in vervulling
gaan. Dankzij Victor lonkt een nieuwe toekomst, een ander land, welvaart,
een baan, mooie kleren en make-up.
Hoe anders kan het lopen. Eenmaal in het Westen, wordt Elena verraden,
verkocht, verhandeld en gedwongen tot prostitutie. Door een vrouw nog
wel. Haar jeugdigheid verdwijnt. De wereld waarin ze leeft, is slechts
angst en duisternis, afzondering, gesloten ramen, drugs en drank, ruwe
handen zonder gevoel. Ze is gebroken. Tot de dood erop volgt.
Dit is het verhaal van Elena. Het is de realiteit voor duizenden vrouwen
en meisjes uit wat voor land dan ook. Zonder naam.
Dit verhaal wordt nu eens niet verteld in een nieuwsbericht op pagina
zoveel in een krant, niet in een nieuwsbrief van een hulporganisatie,
maar via de kunst. De lijdensweg die Elena aflegt, is vervat in vijftien
momenten, dezelfde fasen die Jezus doorliep van zijn terdoodveroordeling
tot aan het kruis, zijn dood. In de rk traditie zijn deze momenten benoemd
als kruiswegstaties, momenten om bij stil te staan. Naar het Latijnse
‘statio’ dat ‘stilstaan’ betekent.
Jezus’ kruisweg is anno 2009 de kruisweg van Elena. Alleen nu geschilderd
met acrylverf op aquarelpapier, door de Rotterdamse kunstenares Mieke
Borgdorff. En voorzien van teksten die vrij vertaald zijn door de Stichting
Religieuzen Tegen Vrouwenhandel (SRTV) naar het Engelse ‘Lillana’s
story’ van Theresa Helm.
De overeenkomsten tussen het lijden van Jezus en Elena zijn treffend.
Beiden zijn verraden, mishandeld en vermoord. En er zijn verschillen.
Helpt in het bijbelse verhaal Simon van Cyrene Jezus’ kruis te dragen,
bij Elena is de hulp schijn, in de vorm van Victor die haar leidt naar
een miserabel leven.
,,Huil niet om mij, huil om jezelf en je kinderen’’, zei Jezus
tegen de wenende vrouwen bij het kruis. Hier vraagt Jezus niet alleen
om zijn lot, maar ook het lot van anderen en onszelf aan te trekken. Die
aansporing was voor Ivonne van de Kar en Elma van den Nouland van de SRTV
aanleiding om juist in paastijd aandacht te vragen voor mensenhandel.
,,Stilstaan bij Jezus’ lijdensweg is stilstaan bij onrecht en wanhoop
nu. Iedereen gaat zo zijn kruisweg.’’
,,In een wereld waar de markt de prijs van koffie en van mensen bepaalt,
hebben wij een opdracht,’’ vertelt het gebed op de eerste
bladzijde van het bijbehorende boekje ‘Elena, een bezinning op mensenhandel’.
En die is: solidariteit betuigen aan ‘jonge mensen, kinderen nog,
van wie het leven vaak niet meer waard is dan dertig zilverstukken.’
Net als Jezus.
De vrouwen Van de Kar en Van den Nouland zien dagelijks de gevolgen van
vrouwenhandel en strijden daartegen. Kijkend naar die wrange praktijk,
treft de tiende statie ‘bedrogen’ Ivonne van de Kar het meeste.
,,Dit is het keerpunt in de kruiswegreeks. Daarvoor was er alleen hoop
en verwachting bij Elena. Bij statie tien komt de ontgoocheling, het verraad.
Dat bedrog is ook altijd datgene dat bezoekers op onze voorlichtingsavonden
zo treft. De donkere figuur op de achtergrond blijkt mededader. Dat is
het toppunt van verraad. Zij staat symbool voor alle mensen die Elena
tegenkwam – de doktersassistent, de buurman - die wel wat zagen,
maar niets deden.’’
Van den Nouland spreekt de veertiende statie ‘Dood’ het meeste
aan. Elena overlijdt nadat een hardhandige klant is vertrokken. ,,Het
beeld van het meisje dat Elena opvangt, troost en verzorgt is een soort
piëta. En zij zit in dezelfde situatie, maar doet wat ze kan.’’
Deze kruisweg inspireert de beide vrouwen om hun werk te doen. Van den
Nouland: ,,Je kunt je afvragen of het zin heeft om bijvoorbeeld vrouwenverenigingen
voor te lichten over vrouwenhandel. Toch wel. Soms zie je dat mensen nadat
ze ervan gehoord hebben, eerder vrouwenhandel herkennen. Zo werd een vrouw
zich er ineens van bewust dat in een bepaald huis in haar buurt op wel
heel vreemde uren veel verkeer was van vrouwen met koffers en mannen.
Die vrouw meldde dat bij de politie en zo konden slachtoffers worden geholpen.’’
Kunstenares Mieke Borgdorff herkent zich volledig in de ervaringen van
Van de Kar en Van den Nouland. Zij is ook vrijwilligster tegen vrouwenhandel,
bij De Graalbeweging, een internationale oecumenische vrouwenbeweging.
Maar de opdracht om Elena’s kruisweg te gaan schilderen sprak haar
ook persoonlijk aan. Hierin kon zij haar sociale betrokkenheid en beeldend
vermogen combineren. Voor haar schildercarrière was zij een maatschappelijk
werkster, omdat zij zich het leed van anderen aantrok. Na een eigen persoonlijke
kruisweg, een dieptepunt in haar leven, ontdekte ze het schilderen. Eerst
was het schilderen haar houvast, ‘als een bloem in een woestijn’,
om later uit te groeien tot een manier om haar compassie met de lijdende
medemens vorm te geven, zoals zij voorheen deed als maatschappelijk werkster.
,,Ik kon schilderen over het lijden van Elena, omdat ik van binnenuit
weet wat lijden in essentie is, ook al zijn mijn omstandigheden totaal
anders en zoveel positiever.’’
Officieel telt de Kruisweg veertien staties, maar tegenwoordig komt er
vaker een vijftiende bij. De statie van de verrijzenis, de opstanding,
de hoop na de dood. Borgdorff: ,,In die hoop zit voor mij de kern van
het christendom. Die kern is dat het niet ophoudt bij het lijden en dat
je net iets verder kijkt dan de onderdompeling in het lijden. Heel lang
is binnen de christelijke traditie het lijden verheerlijkt. Daar stopte
het. Maar lijden gaat verder als het oproept tot iets anders, tot daden,
tot een weg eruit.’’
Bij het verhaal van Elena is die vijftiende statie verwoordt onder de
titel ‘Toch’. Voor Elena is de hoop vervlogen, het leven voorbij,
maar in ‘Toch’ gaat het verhaal verder: ,,Een andere stad,
een andere wijk, een andere flat. Maar alerte medemensen. Een jonge vrouw.
Zij wordt gered.’’
De Stichting Religieuzen Tegen Vrouwenhandel in ’s Hertogenbosch
is een landelijk oecumenisch netwerk van vrouwenbewegingen dat in 1991
werd opgericht uit solidariteit met onderdrukte vrouwen. Het netwerk wil
het tij keren in de groeiende mensenhandel. Volgens de laatste cijfers
van Comensha, de organisatie in Nederland die gevallen van mensenhandel
registreert, waren er in 2008 809 namen van slachtoffers bekend, van wie
459 vrouwen en enkele mannen in de prostitutie aan het werk waren gezet.
Via voorlichting, waarschuwingsfolders in 49 talen, en videobanden proberen
de 25 medewerkers van de SRTV uit rk en protestantse kerken vrouwen bewust
te maken en te voorkomen vrouwen slachtoffer worden van vrouwenhandel.
De SRTV biedt vanuit een noodfonds opvang aan slachtoffers en ondersteunt
terugkeer naar het thuisland. Ook probeert zij politieke invloed uit te
oefenen. Trouw startte vorige maand een serie van enige maanden over mensenhandel.
Alle verhalen zijn te vinden op trouw.nl/mensenhandel.
Pauline Weseman, Trouw 6 maart 2009
Info:
Elena, een bezinning op mensenhandel, Stichting Religieuzen Tegen Vrouwenhandel.
Boekje en dvd (respectievelijk 10 en 12,50 euro, exclusief verzendkosten)
zijn te bestellen via 073-6154444 of srtv@srtv.info.
Teksten bij de twee schilderijen, statie 10 en 14.
X bedrogen
(statie
10)
Brutaal
pakt Victors broer haar handtas.
Hij pakt haar paspoort en haar geld,
de foto’s die haar dierbaar zijn.
Zij protesteert.
Hij zegt niets.
In
een deuropening
staat een oudere vrouw.
Het zou haar moeder kunnen zijn !
Wie is zij?
Wat doet zij daar?
En waar blijft Victor nou?
De
vrouw kapt haar bij de pols,
sleurt haar bijna in een kleine flat
en smijt haar op een stoel.
De deur gaat dicht.
Ze is moederziel alleen.
De
kamer is smerig,
de gordijnen zijn kaal,
er hangt een schamel peertje.
Het meubilair lijkt wel op dat van thuis.
vanuit het halletje hoort ze praten.
De
tranen komen;
ze kan ze niet meer tegenhouden
en barst in huilen uit.
Ze zou wel willen vluchten,
wegzwemmen in haar tranen.
XIII
Dood
(statie 14)
De
laatste klant is weg,
maar niet de pijn,
de pijn van woorden, de pijn van vuisten.
hard geslagen heeft hij haar
als ze niet toegaf aan zijn wensen,
gestompt en geschopt is ze,
want hij houdt niet van protesten.
Maar hij betaalde goed.
Het
andere meisje vangt Elena op,
dept met een natte doek
haar opgezwollen slapen.
Ze stelpt het bloed.
Een hand streelt zachtjes
haar gekneusde lichaam.
Ze is opgebrand.
De dood komt als verlichting
terug naar begin
SRTV GEEFT
STEM EN GEZICHT AAN HOOP EN WANHOOP
Opkomen tegen de vanzelfsprekendheid
en onzichtbaarheid
van vrouwenhandel is een van de belangrijkste en meest kenmerkende dimensies
van het werk van de SRTV. Dat wat
onzichtbaar of vanzelfsprekend is heeft geen naam, wordt
niet gekend, niet gezien en niet gehoord. En wie niet wordt
gekend, gezien en gehoord, aan haar wordt de menselijke waardigheid ontnomen.
In de manier waarop de SRTV
de strijd tegen mensenhandel
aangaat, toont zij ook dat deze waardigheid niet anders verwezenlijkt
kan worden dan door de stem, de ogen, de handen en voeten van mensen.
Dit is niet zonder risico, want het is roeien tegen de sterke stroom.
Het is een vorm van spiritualiteit waarin aandacht voor God gestalte krijgt
in het zien en horen en vooral het stem geven van wie en wat onzichtbaar
is gemaakt.
Maaike de Haardt, bij de SRTV t.g.v. presentatie van ‘Elena’
op 29 januari 2009
terug naar begin
In
het blad Verhandelingen dat de SRTV 3x per jaar uitgeeft kun u telkens
op de achterpagina een column van journaliste Coks van Eysden lezen.
In
Verhandelingen van september 2008 schreef zij:
Vijgenblad-toerisme
Door
een bibliotheekactie herlas ik “Dubbelspel” van Frank Martinus
Arion, Al in de tweede alinea voert de schrijver Campo Alegre op, “het
bloeiende hoerenkamp aan de noordkant van het eiland”, waarover
“de toeristengidsen zwijgen als het graf”. Dat klopt, nergens
iets over wat toch met honderd kamers, een casino en gezondheidskliniek
het grootste bordeel is in de Cariben. Deze zomer logeerde ik op Curaçao
en vroeg ernaar . Mijn gastvrouw schaterde haar Antilliaanse lach: “O,
je bedoelt ons vrolijke kampje; op weg naar het vliegveld kun je het verwijsbord
zien met vijgenblad als logo”.
In 1974, toen Dubbelspel de Van der Hoogtprijs verwierf, heb ik Arions
typering van een samenleving vol seks, eergevoel en mannelijkheid beslist
anders gelezen dan nu. Meer als spannend en vaak hilarisch verzinsel van
de auteur. Maar Campo Alegre is realiteit. In 1944 opgericht door de Nederlandse
overheid in samenwerking met de katholieke kerk als staatsbordeel ten
behoeve van immigranten voor de olieraffinaderij, zeelieden en militairen.
Want de Antilliaanse schonen oefenden aantrekkingskracht uit met als gevolg
prostitutie. De oplossing : een gecontroleerd bordeel om het eiland zuiver
te houden en tegelijk het eigen vrouwvolk te vrijwaren van hitsige mannen.
Destijds was ik niet zo alert, nu zie ik merkwaardige aspecten aan dat
besluit. Geen eilandbewoonsters in dat campo – oké. Maar
hoefden de prostituees uit de Dominicaanse Republiek en Colombia dan niet
onbezoedeld te blijven? Je zou alsnog in de hoofden van de kerkelijke
plannenmakers willen kijken. Welke opvattingen kronkelden daar?
Het was die tijd van tegen een bruid: “je echtgenoot altijd ter
wille zijn”. En “goed bidden, God helpt” tegen een vrouw
die na haar negende kind smeekt :“pastoor, mag het nu niet anders”.
Mannen ver van huis en haard (en privé genotshulp) werd het recht
gegund op een vrolijke ontlading. Geen illusies, de erkenning van dat
recht heerst nog steeds. Zie extra voorzieningen op seksgebied bij wereldkampioenschap,
Olympische Spelen, Wereldjongerendagen ook.. Daar zag ik honderden mannen
rond de paus (niet één vrouw) en dacht: “Wat zullen
zij daarvan vinden”.Tegelijk “knap hoor, hun celibaat, pétje
af”.Voor de meesten dan. Toen ik las dominees in spé te laten
overwegen of trouwen wel handig is bij hun ambt (wat doe je een vrouw
aan) dacht ik: “ga even te rade bij de katholieke kerk, daar ligt
pijnlijke ervaring met niet-sluitend celibaat”.
Overigens: ook buiten Campo Alegre kent Curaçao prostitutie. Onbegonnen
werk kennelijk te strijden tegen de man en zijn vermeende recht. Ik zeg
niet meer: “knoop er in” Wèl bij misbruik, verkrachten
of verhandelen van vrouwen: “afhakken dat zaakje”.
Coks
van Eysden
terug naar begin
Obama, John
Lennon – en vrouwen
Opeens kon je niet meer om hem heen: Obama, die stormenderhand de wereld
veroverde met zijn krachtig geformuleerde uitzicht op hoop. Zelf stond
hij samen met zijn vrouw model voor onvermoede mogelijkheden: zie je wel,
het kán. Een Amerikaans staatsburger, stammend uit de zwarte geschiedenis
van het land, was gekozen tot president. Bij zijn inauguratie bekrachtigde
dominee Joseph Lowry het visioen van ‘alles anders en beter’
met een gloedvol gebed. Hij smeekte om Gods hulp bij het verwezenlijken
van een samenleving met gelijke kansen voor iedereen: zwart, bruin, geel,
rood – maakt niet uit. Het werd een poëtisch teruggrijpen op
het bluesnummer “black, brown and white” van Big Bill Broonzy.
Zoals vele anderen die de tekst herkenden werd ik bij het beluisteren
van de elpee geraakt door de strekking van dit lied uit 1951. Zó
uitzichtloos, want wat je ook onderneemt, in welke situatie ook, pech
voor je dat je geen blanke bent: “If you is white, you’d be
alright, but if you’s black, oh brother –get back, get back,
get back. Steeds die duw naar achteren, die trap omlaag.
Verander
zwart in vrouw en dan klopt de tekst óók. Voor een vrouw
minder kansen in het leven, lagere betaling vaak, geen gelijke rechten,
ze is weerloos ruilmiddel, ervaart vernedering, mishandeling. Snuffelend
in de oude grammofoonplaten kwam ik het allemaal tegen, in vele toonaarden
bezongen. De wanhopige liefde voor my man, zoals blueszangeressen in de
jaren ’20 die verwoordden. “I want somebody of my own”
(Ethel Waters ’24) “You’re mistreatin’ me all
the time” (Ida Cox ’27) en ook “You never meant me no
good”. Op de platenhoes staan zijn dergelijke songs officieel genoteerd
als “Misery Blues” en “Mistreatin’man blues”.
Die teksten komen natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen, je proeft
de ellende en het verdriet erachter.
Toen – maar ook nu, neem “Only women bleed” van Alice
Cooper. Dit is van 2008! Ga naar internet en verbaas je over de felle
verontwaardiging in veel reacties over de verkeerde interpretatie van
de tekst, over het bloeden. “Néé, dit gaat niet over
menstruatie, oh néé, hier wordt het verdriet bezongen van
vrouwen, de pijn in het hart, pijn die hun hele wezen raakt: heart and
soul”.
Is
de vrouw the nigger of the world? Ja,dat is ze, zegt John Lennon. Maar
luister goed, hij laat het niet bij die constatering alleen, hij zingt
verder: “Yes she is. - Think about it. - Do something about it”.
Coks van Eysden
terug naar begin
De
buurtwinkel
Volgens onderzoek door het maandblad Opzij (‘de vrouwelijke opinie’)
ervaart een kwart van de ondervraagde vrouwen prostitutiebezoek door de
partner niet als vreemdgaan. Een gewoon, legaal, geaccepteerd uitstapje
dus. Maar toch….
Stel dat de leegstaande woning in mijn straat gekocht zou worden door
een ondernemende vrouw die er met flikkerende neonletters: SEX-PRAKTIJK
of HOEREN-SPECIAALZAAK op liet aanbrengen. En dat zo’n Opzij-lezeres
van ‘niks aan de hand, we hebben een goeie relatie’ om de
hoek zou wonen. Zou haar man, -gerenomeerd buurtbewoner, actief in sport,
kerk en wijk- er dan zomaar open en bloot naar toe gaan? Natuurlijk niet,
zegt iedereen, hij gaat z’n reputatie niet te grabbel gooien. Maar
volgens mijn eigen privé-onderzoek van jarenlang boeken, kranten
en magazines lezen, films en t.v. kijken en gesprekken opvangen is de
werkelijke reden daar niet als klant binnen te stappen een heel andere,
maar wel fundamenteel doorslaggevend: zo’n spic en span buurtwinkel
is niet spannend, niet pikant.
Het oudste beroep ter wereld
roept altijd een schemerige sfeer op: prostitutie kan kennelijk slecht
gedijen in het volle daglicht. Een rosse buurt met rode lampen is trekpleister
voor toeristen, bezoekers of niet. Ook menig respectabele burger(es) wil
bij een dagje Amsterdam per se even naar de Wallen, “alleen een
kijkje nemen, hoor”. Later wordt gniffelig verslag gedaan van het
al dan niet verhulde aanbod in de smoezelige sfeer: “eigenlijk zo
lelijk allemaal”. Dat vindt de gemeente Amsterdam ook, de seksbranche
moet een fatsoenlijk, fris bedrijf worden. Dat is het streven. Of iedereen
blij zal zijn met die Hollandse helderheid…?
De National Gallery in London
houdt in een installatie van Kienholz, getiteld The Hoerengracht, het
aloude beeld aan: “Achter de gereproduceerde glimmende ramen en
in de geheimzinnige portieken van de claustrofobische straten van Amsterdam
voeren de halfnaakte, hel verlichte etalagepoppen een theater van macabere
sociologie op. De bezoeker neemt een kijkje in de vunzige onderkant van
de Wallen.” Dat liegt er niet om. Kienholz is vermaard om zijn opmerkelijke
installaties, die de scheidslijn tussen kunst en werkelijkheid doorbreken.
Het thema prostitutie is ruim aangepakt. Zo wordt ook getoond hoe ‘Love
for sale’ door de eeuwen door kunstenaars is verbeeld.
De museumbezoeker kan dus van november tot half februari ook in Londen
door de rosse buurt slenteren, muziekje erbij, en ‘om de hoek zijn
nog meer hoeren’. Gratis.
Coks
van Eysden
terug naar begin
Katholieke
Vrouwenbeweging doet iets tegen vrouwenhandel
‘Dat moet wel want hoe verdienen die vrouwen anders hun geld?’
wordt om me heen gefluisterd. De deelneemsters aan de studiemiddag ‘loverboy
/ pooierboy’ zijn het bijna allemaal eens met de stelling van Elma
van den Nouland: Een op de vijf mannen bezoekt regelmatig een prostituee.
‘Ik vertrouw mijn collega maar daarna houdt het eigenlijk wel op’
; zegt een van de andere inleiders, evenals zijn vrouwelijke collega rechercheur
bij Politie Haaglanden.
De meer dan vijftig aanwezigen krijgen op de studiemiddag een blik in
de wereld van de mensenhandel, door de rechercheurs de ergste vorm van
criminaliteit die er bestaat genoemd. De bijeenkomst wordt geopend door
de voorzitter van de Internationale Commissie van de Unie Nederlandse
Katholieke Vrouwenbeweging (UnieNKV), Marie-Louise van Wijk-van de Ven.
Elma van den Nouland, stafmedewerkster van de Stichting Religieuzen Tegen
Vrouwenhandel (SRTV), geeft na haar stellingen meer informatie. De eerste
melding van vrouwenhandel dateert uit 1890. Toen waren het jonge Duitse
meisjes in de bier- en koffiehuizen. Begin jaren tachtig kwamen er slachtoffers
uit Latijns-Amerika, de Filipijnen en Thailand. Na de val van het IJzeren
Gordijn, eind 80-er jaren, was er een instroom van Oost-Europese vrouwen.
Vanaf de 90-er jaren zijn er meer Afrikaanse vrouwen. Het aantal prostituees
dat in Nederland vrijwillig of gedwongen in de prostitutie werkt, wordt
geschat op 25.000.
Trefwoorden uit de wereldwijde definitie voor mensenhandel zijn uitbuiting,
dwang en geweld.
De twee aanwezige rechercheurs geven met hun powerpoint presentatie een
heel helder beeld van het probleem. Sommige beelden zijn ronduit schokkend.
Elma van de SRTV geeft meer informatie over de werkzaamheden van de organisatie
waarvoor ze werkt.
Alle deelneemsters gaan in groepjes uitelkaar en bespreken het thema.
Een
scholiere die aanwezig is omdat ze over dit onderwerp een werkstuk maakt,
onderstreept het belang van goed voorbereide projecten met schokkende
beelden en verhalen op de middelbare school. Een aantal van de aanwezigen
wil lezingen voor hun achterban organiseren. Er wordt een onderzoek voorgesteld
op basis van interviews. Hoe komen meisjes ertoe, aan welke hulp hebben
ze behoefte? Hoe vergroot je hun weerbaarheid?
Evelien Blom, de vicevoorzitter van de Unie NKV, sluit de dag af en belooft
dat de Unie ook politiek actie zal ondernemen. Maar: ‘Draai je niet
om, vraag jezelf af wat jij ermee gedaan hebt en of dat heeft gewerkt.
Als dat niet werkt, zoekt dan een andere weg.’ Tot slot wijst ze
op de religieuzen die de SRTV hebben opgericht en deel uitmaken van de
Unie NKV. ‘Hoezeer ze ook vergrijzen, ze zijn springlevend voor
de noden van de wereld.’
Joanne Seldenrath
(ingekort door de redactie van Verhandelingen)
De
SRTV geeft lezingen en heeft samen met BlinN een noodfonds opgericht (giften
en leningen voor leges, huisvesting etc.). Misstanden kunnen gemeld worden
bij de politie: tel. 0800 - 7000.
terug naar begin
RELIGIEUZEN
en VROUWENHANDEL een onmogelijke combinatie?
Religieuzen,
bestaan ze eigenlijk nog? In de stad waarin ik woon met ruim 180.000 inwoners,
is er niet één meer! Maar als ik het kantoor van de Stichting
Religieuzen tegen Vrouwenhandel in het monumentale klooster Mariënburg
in Den Bosch binnenkom kijk ik tegen de rug van een frêle, gesluierde
vrouw aan. Toch een novice?
Nee,
toch niet! Rozina blijkt een jonge moslima te zijn die de opleiding tot
directiesecretaresse volgt en stage loopt bij de SRTV. 'Dus toch een sluier',
lachen Ivonne van de Kar en Elma van den Nouland. Zij voeren het dagelijkse
werk van de Stichting uit, daarbij geholpen, gesteund en gedragen door
tientallen vrijwilligers; vrouwelijke én mannelijke religieuzen
en ook leken en Ivonne zegt: 'Wij zijn geen vrouwelijke religieuzen, maar
wel religieuze vrouwen. Zuster Michel Keesen las ruim achttien jaar geleden
een artikel over vrouwenhandel en daar schrok ze erg van. Ze wilde er
iets aan doen en vroeg middels een oproep andere religieuzen om een reactie.
En er kwamen er veel, vooral van zusters die missionaris waren geweest.
Zij kenden de problematiek van binnen uit. Zuster Michel overlegde met
de al bestaande Stichting tegen Vrouwenhandel en er werd besloten om een
eigen werkgroep van religieuzen op te richten.'
Waarom?
'Omdat het ontzettend belangrijk is om vrouwen en meisjes te waarschuwen
vóórdat ze slachtoffer dreigen te worden. En vrouwelijke
religieuzen hebben een wereldwijd, goed georganiseerd netwerk waar ze
gebruik van kunnen maken.
De SRTV werkt vanuit de christelijke visie dat elk mens geschapen is naar
het evenbeeld van God en recht heeft op een menswaardig bestaan.
Slachtoffers van mensenhandel worden op grove wijze aangetast in hun menselijke
waardigheid.
Het
belangrijkste werk van de Stichting is voorlichting en preventie. Ivonne
laat me een kast zien met een tig aantal laatjes en in elk laatje zitten
folders in een vreemde taal. Meer dan vijftig verschillende! Ze zijn gemaakt
door religieuzen die de taal spreken of door contacten die zij hebben.
En steeds als ze iemand ontmoeten die een taal spreekt die ze nog niet
hebben vragen ze of hij of zij een folder wil vertalen.
De folders worden opgestuurd naar medezusters, kloosters, bisschoppenconferenties
en andere organisaties en mensen waar de religieuzen contact mee hebben
met de vraag: lees deze folder, praat erover en kijk of je er iets mee
kunt doen in het kader van goede voorlichting en bewustwording. Heel veel
congregaties hebben ook scholen en er zijn zusters die, voordat de meisjes
eindexamen doen, met de folder aan het werk gaan. In de loop van de jaren
zijn zo tienduizenden folders verspreid want het netwerk van de kerk is
stevig georganiseerd en heel betrouwbaar! En dat is met plaatselijke organisaties
en overheden lang niet altijd het geval.
Maar
hoe goed je voorlichting ook is, hóe je ook waarschuwt, vrouwen
komen toch, want zij zijn de uitzondering op de regel, de contacten die
zij hebben zijn wel betrouwbaar.... Of de nood is zo hoog dat naar het
rijke westen gaan de enige uitweg lijkt. Daarom gaat een deel van de folder
ook over 'save migration', veilige migratie.
Op elke folder staan de gegevens van de SRTV in Nederland, maar er is
ook plaats voor de gegevens van degene die de folder uitdeelt.
Ivonne:'We hebben net nog een mailtje gekregen van een zuster uit Kenia
die de Swahilifolder 10.000 keer heeft laten kopiëren met haar eigen
adres er op! Dat geeft extra vertrouwen, ook bij kloosters en andere instanties
waar ze geen contactpersonen hebben. Zeggen dat je van de SRTV uit Nederland
bent geeft méér vertrouwen dan zeggen dat je van de politie
bent.'
Ook
in Nederland is de SRTV heel actief. Een aantal keren per maand worden
Elma of Ivonne uitgenodigd door parochies, congregaties, vrouwenorganisaties
en soms clubs als de Rotary om te vertellen over hun werk. Vroeger deden
de zusters dat zelf, nu gaan ze nog wel vaak mee ter ondersteuning. Ook
op middelbare scholen worden regelmatig gastlessen gegeven en dan komen
de loverboys natuurlijk ook ter sprake. Waar ze ook maar kunnen vertellen
over hun werk zijn ze present.
De
laatste vraag gaat over geld. Waar doen ze het van?
Heel simpel eigenlijk, het geld komt van de religieuzen zelf middels het
PIN (Projecten in Nederland).
En er komen gelukkig ook donaties en giften binnen en voor elke lezing
die gegeven wordt, wordt een kleine vergoeding gevraagd. En omdat er iemand
is die van fotograferen houdt worden er door vrijwilligers ook kaarten
gemaakt met prachtige foto's die € 1,- per stuk kosten.
Nog meer weten? Kijk op de website www.srtv.info en vraag de Nieuwsbrief
aan via srtv@srtv.info
Ans
Kits
Zijwind 2008 (ingekort voor SRTV jaarverslag)
terug naar begin
De
‘loverboy’ is een ordinaire pooier
Loverboys, tien jaar geleden doken ze ineens op. Maar loverboys zijn een
mythe, zegt nieuw onderzoek. “Het zijn keiharde pooiers, die gewoon
de oude tactieken gebruiken.”
Romeo (23): “Een probleem was wel
dat niet alle meisjes meteen de hoer wilden spelen. Dan zeiden ze: ‘ja,
ik ben geen hoer.’ Zei ik: ‘Nee, je bent geen hoer, je doet
gewoon die man een plezier.’ Je moet goed lullen want veel van die
vrouwen zijn dom. Maar op een gegeven moment gaan ze gewoon om jou geven,
want je doet dingen met ze, je neemt ze mee uit, je betaalt voor ze, je
geeft ze make-up en shit en een beertje met een kaartje en een roosje.
Dan gaan ze je aardig vinden en dan gebruik je ze. Het komt vanzelf.”
Romeo, Antilliaan, lijkt het prototype
van een loverboy: knappe gozer, vlotte babbel, goed bij kas. Welk meisje
zou er niet verliefd op worden? Sinds de Utrechtse politie in september
1995 met het nieuwtje kwam dat allochtone jongens Nederlandse meisjes
ritselden voor de prostitutie, is het land bij vlagen in de ban van het
gevaar van loverboys.
“Maar dat typische beeld van een
loverboy is verzonnen”, zegt onderzoekster Marion van San, die het
verhaal van Romeo optekende. “Het is gek dat er zoveel paniek over
is in de samenleving, terwijl er eigenlijk niets nieuws gebeurt. Hulpverleners
zeggen dat ze per jaar een paar honderd slachtoffers van loverboys tegenkomen.
Maar het concrete bewijs voor die verhalen blijkt flinterdun.” Van
San onderzocht het fenomeen loverboys, samen met onder anderen de Utrechtse
criminoloog Frank Bovenkerk. In juni verscheen hun boek.
“Loverboys bestaan wel, maar ze
zien er heel anders uit dan we dachten,” zegt Van San. “Het
zijn ordinaire, keiharde pooiers. De tactiek waarmee ze meisjes de prostitutie
in krijgen, is dezelfde die pooiers altijd al gebruikten.” Waren
het vroeger vooral blanke, Nederlandse mannen die vrouwen voor zich lieten
werken in de prostitutie, nu zijn het met name jonge Marokkanen. Net als
de Nederlandse bakker in veel steden is vervangen door de Turkse, en de
schoonmaker door de Oost-Europaan. Toch is over loverboys veel meer ophef
dan over het werk van eerdere generaties pooiers. “Omdat het om
allochtone jongens gaat, die er met ‘onze’ meisjes vandoor
zouden gaan,” zegt Van San.
“Je hoort iedere keer hetzelfde
stereotype verhaal over loverboys die op grote schaal bij scholen meisjes
werven. We zijn het in de praktijk heel weinig tegengekomen.” Voorlichting
werkt volgens haar niet per se. Het is beter om loverboys pooiers te noemen
en ze strafrechtelijk aan te pakken. Dat kan al, maar gebeurt zelden.
“De politie legt deze jongens vooralsnog weinig in de weg.”
BN de Stem 12 juni 2006,
door Remko Tanis
terug naar begin
Zomerkamp voor Moldavische
slachtoffers vrouwenhandel
Wereldvrouwendag, 8 maart, stond dit jaar in het teken van de ‘reproductieve
rechten' van vrouwen (rechten rondom alles wat te maken heeft met voortplanting
en seksualiteit). Op dit gebied is nog veel te verbeteren. Elke minuut
sterft ergens op de wereld een vrouw aan onnodige complicaties tijdens
haar zwangerschap of bij een bevalling. Jaarlijks worden vijftien miljoen
meisjes tussen de 15 en 19 jaar zwanger. In vele culturen worden vrouwen
besneden (genitaal verminkt) en ieder jaar opnieuw worden duizenden vrouwen
verhandeld en gedwongen tot prostitutie.
Wereldwijd neemt het probleem van de vrouwenhandel toe. Ook in Oost-Europa
treft armoede vooral vrouwen en dat is een van de redenen dat veel vrouwen
uit deze regio in de prostitutie in West-Europa belanden. Steeds weer
worden vrouwen met valse beloftes van goede verdiensten en prima banen
naar West-Europa gelokt. In sommige gevallen weten vrouwen wel dat het
om banen in de prostitutie gaat, maar ze hebben geen idee van de omstandigheden
waaronder ze moeten werken en van de dwang en het geweld dat hun in de
seksindustrie te wachten staat.
Tot rust komen
La Strada is een internationaal netwerk dat strijdt tegen vrouwenhandel.
La Strada in Moldavie organiseerde een zomerkamp voor vrouwen die het
slachtoffer zijn geworden van vrouwenhandel en gedwongen prostitutie.
De vrouwen kunnen tien dagen met hun kind(eren) in een eeuwenoud orthodox
nonnenklooster (Varzaresti klooster uit 1420) tot rust komen. Onder begeleiding
van sociaal werkers, psychologen, pedagogen en priesters werken de vrouwen
aan hun psychische en lichamelijk herstel. Een van de doelen van het verblijf
is dat de band tussen de moeders en hun kinderen versterkt wordt. La Strada
hoopt zo een bijdrage te leveren aan het opbouwen van zelfvertrouwen en
een mogelijk herstel van de band met de kerk en met God.
"...voor mij betekent hier in dit klooster zijn: vrij en veilig zijn.
De mensen die in het klooster wonen kunnen je geen pijn doen en ze zullen
je nooit de schuld geven voor wat is gebeurd..."
Vandaar KerkinActie
terug naar begin
Vrouwenhandel,
de slavernij van het derde millennium
Volgens de Verenigde Naties zijn er in deze eeuw al dertig miljoen mensen
als koopwaar verhandeld, onder wie tien miljoen meisjes tussen vijf en
vijftien jaar. Tegen hun wil werden ze ondergebracht in de prostitutie.
Angst voor hiv/aids doet in het seksmilieu de vraag stijgen naar maagden,
hoe jonger hoe liever.
Azië het knooppunt
Azië is het knooppunt van waaruit vele duizenden vrouwen en meisjes
worden gekeurd, verhandeld en te werk gesteld in bordelen of onder dwang
huishoudelijk werk moeten verrichten bij rijkelui.
Veel van deze vrouwen worden door gewiekste handelaren geronseld in het
buitenland, omdat winst pas echt gemaakt wordt met de buitenlandse handel.
Daar worden ze vervolgens aan het werk gezet of doorverkocht. Zo werken
er in Thailand in de bordelen geen Thaise vrouwen, maar hoertjes uit omringende
landen, terwijl ‘Thaise vrouwen dansen in de bars van Japan, Taiwan,
Australië en het Midden-Oosten’.
Mensenhandelaren spelen ook vaak de rol van huwelijksmakelaar. Via advertenties
worden meisjes ‘op bestelling’ aan een vermogende huwelijkspartner
gekoppeld in Aziatische landen en het Midden-Oosten, maar ook in westerse
landen waaronder Nederland. In ruil voor eten en onderdak bieden ze een
man hun seksuele diensten, huishoudelijke zorg en onderdanigheid aan.
‘Dat ze als persoon niet meetellen, slecht worden behandeld, verkracht,
seksueel misbruikt, op de lange duur soms tot prostitutie worden gedwongen,
gaat niemand na’.
In Aziatische landen, als bijvoorbeeld Pakistan, kunnen mannen die omwille
van hun werk voor een korte of langere periode van hun gezin gescheiden
zijn, een vrouw voor een beperkte periode huwen. Met instemming van haar
familie en omgeving gaat ze gedurende deze periode met die man naar bed
en doet het huishoudelijk werk in ruil voor voedsel, geld en fysieke bescherming.
Omwille van het algemeen welzijn
De vrouwenhandel in Azië is vooral het gevolg van de sociale ongelijkheid
in de dorpen van deze vrouwen. ‘In de autoritair patriarchale structuren
van hun gezin worden meisjes vanaf hun geboorte gediscrimineerd. Ze worden
gezien als een financiële last die alleen voor vreemden rendabel
zal zijn. Ouders hebben maar een doel: het meisje uithuwelijken, hoe vroeger
hoe beter. Wanneer zich een partij meldt die daarvoor geld wil geven,
staan voor de mensenhandel de deuren wijd open’. Halverwege de jaren
zeventig van de vorige eeuw, spoorden de grote mondiale financiële
organisaties de Aziatische landen aan een toeristenindustrie op te bouwen
om hun buitenlandse schulden zo snel mogelijk af te lossen. Voor de rijkelui
uit het Noorden werd vooral de seksindustrie een trekpleister. ‘Omwille
van het ‘algemeen welzijn’ werden de oude tradities en morele
regels vergeten en kneep de overheid een oogje dicht’. Vrouwen en
kinderen zijn hiervan het slachtoffer.
De schuldigen straffen en de
handel voorkomen
‘Velen zien de vrouwenhandel als een moreel probleem, waarvoor het
aan de betrokkenen is om ermee in het reine te komen’. Maar, omdat
vrouwenhandel meestal gepaard gaat met bedrog of geweld en de handel in
mensen in het algemeen een miskenning is van vooral de rechten van de
mens, van het recht op leven en het recht op menselijke waardigheid moet
de aandacht bij voorkeur uitgaan naar het milieu en de werkwijze van de
handelaren. Zij moeten internationaal worden aangeklaagd en vervolgd.
De slachtoffers moeten juist geholpen worden bij de terugkeer naar hun
familie of bij het elders opbouwen van een nieuw leven.
Mensenhandel moet echter vooral voorkomen worden. Dat kan door erover
te praten, door zoveel mogelijk informatie over mensenhandelaren te verzamelen,
door contact te zoeken met particuliere burgerorganisaties en internationale
organisaties, door het ondersteunen van initiatieven tegen mensenhandel
en door het schrijven van brieven naar de pers en de politiek over wat
je hoort, ziet en weet over mensenhandelaren.
Samenvatting van een artikel
van de Salesiaanse zuster Philomena D'Souza,
lid van het Forum van Indiase theologen in ID-Woord-Weder-Woord, februari
2006
terug naar begin
Landelijke
Campagne Mensenhandel
Schijn bedriegt
Stichting M. (meld misdaad anoniem) is een campagne gestart tegen dwangprostitutie,
een zeer ernstige vorm van mensenhandel. Schijn bedriegt is de boodschap.
In diverse advertenties in de media bieden prostituees hun diensten aan.
Het is goed mogelijk dat achter zo’n bericht een zeer ernstig misdrijf
schuilgaat. Deze dames lijken niet op de andere dames die dit werk vrijwillig
doen. Ze zijn angstig en eigenlijk kunnen ze de spannende beloftes maar
nauwelijks opbrengen. Zodra het licht aangaat zijn nare blauwe plekken
en andere tekenen van mishandeling te zien. Schijn bedriegt in deze gevallen.
Grote kans dat de prostituee slachtoffer is van deze dwangarbeid.
Veilig melden
In 2004 kwamen bij de politie 604 signalen van gedwongen prostitutie binnen.
De Stichting tegen Vrouwenhandel (STV) kreeg in datzelfde jaar 405 meldingen
van vermoedelijke slachtoffers. De verhalen staan dus niet op zich. Deze
aantallen zouden nog wel eens veel hoger kunnen liggen. Vaak durven mensen
geen aangifte te doen bij de politie. Klanten willen niet dat hun prostitutiebezoek
bekend wordt of betrokkenen zijn bang voor hun eigen veiligheid. Daarom
kan melden via M. een goed en veilig alternatief zijn.
Klanten helpen politie tegen vrouwenhandel
Sinds januari 2006 kunnen klanten die misstanden constateren, bellen met
de tiplijn Meld Misdaad Anoniem. De overheid probeert de klanten op allerlei
manieren te bereiken, ook via de website hookers.nl.
Een van de klanten meldt dat hij zelden twijfels heeft gehad bij de prostituees
die hij bezocht. ‘Een keer heb ik een meisje gevraagd of ze slachtoffer
was van mensenhandel. Maar dat ontkende ze. Ik denk dat ze oprecht was;
de meeste vrouwen doen dit vrijwillig.’
Nationaal rapporteur mensenhandel Dien Korvinus heeft een andere kijk
op de prostitutie. ‘Er werken in Nederland ten minste 3500 vrouwen
gedwongen in dit vak; en dat is nog een voorzichtige schatting.’
Ze is blij met de nieuwe campagne. ‘Ik pleit daar al vier jaar voor.’
Mannen moeten geen seks hebben met prostituees die worden gedwongen, vindt
de rapporteur. ‘Dat is laakbaar’. Maar het is niet strafbaar,
ook niet als een klant aanwijzingen heeft dat zij niet vrijwillig in het
vak zit.
Enkele politieke partijen willen dat het wel strafbaar wordt, maar Korvinus
vindt dat eerst goed moet worden nagedacht over de voor- en nadelen daarvan.
‘Van alle tips over gedwongen prostitutie komt 15 procent van klanten.
Als je de wet verandert, raak je een belangrijke bron van informatie kwijt.
Veel meldingen zullen te vaag zijn om daders te pakken. Maar we moeten
dit proberen.’
De politie erkent dat het moeilijk wordt
daders te pakken. ‘Ik deel de zorg van mevrouw Korvinus’,
zegt Ted Peer, landelijk coördinator prostitutie bij de politie.
‘Veel vrouwen durven geen aangifte te doen; daardoor is het lastig
te bewijzen dat ze worden gedwongen. Maar we zullen alle tips serieus
bekijken.’
Meer informatie is te vinden
op de website: www.meldmisdaadanoniem.nl/
terug naar begin
De SRTV
in het Europese Parlement
In het voorjaar van 2008 werd de SRTV gebeld door de Nederlandse mensenrechtenorganisatie
Jubilee Campaign. Deze organisatie, gelieerd aan de evangelische kerken,
wilde ‘iets’ gaan doen met het thema mensenhandel.
De SRTV krijgt regelmatig soortgelijke verzoeken en altijd nodigen we
de organisatie uit om te zien welke activiteiten gezamenlijk ondernomen
kunnen worden.
De Jubilee Campaign had onze hulp ingeroepen naar aanleiding van een verzoek
van een lid van het Europese Parlement om een informatieochtend te organiseren
in Brussel voor leden van het parlement. De parlementariër, Jim Allister,
zou de zaalhuur en de kosten voor de tolken voor zijn rekening nemen.
Wij zouden voor de inhoud zorgen.
Europese
subsidies
We besloten dat ons thema zou zijn: organisaties die werken aan de basis
kunnen geen Europese subsidies aanvragen.
We wilden de parlementariërs kennis laten maken met mensen die werken
aan de basis. Mensen in verschillende Europese landen die voor kleine
organisaties werken, voorlichting geven op scholen of een opvanghuis runnen.
We nodigden sprekers uit van vier organisaties uit Albanië, Roemenie,
Griekenland en Nederland. Al deze organisaties doen belangrijk werk en
doen dat met een onmogelijk klein budget. Zij zijn erg belangrijk voor
het welslagen van het beleid van overheden, en ook van de Europese Unie.
Maar steeds vaker echter horen we dat juist zij hun opvanghuis moeten
sluiten of de lessen op school moeten stopzetten omdat er geen geld meer
is.
Onmogelijke
aanvraagprocedures
Dit geldgebrek is des te schrijnender omdat er grote bedragen beschikbaar
worden gesteld door overheden en door de Europese Unie. Het is voor kleine
organisaties echter onmogelijk om een aanvraag hiervoor in te dienen.
Uit angst voor fraudes zijn de aanvraagprocedures zo uitgebreid en omslachtig
dat een organisatie een fondsenwerver in dienst moet nemen om geld aan
te vragen. Het loont daarom ook niet om een dergelijke procedure te starten
voor een relatief klein bedrag van bijvoorbeeld 10.000 euro. Met zo’n
bedrag kunnen kleine organisaties erg veel doen, maar bij overheden kun
je meestal alleen grote bedragen aanvragen.
Een bijkomend probleem is dat de besluitvorming in Europa zo lang duurt
dat het geld voor een goedgekeurd project soms pas na 1 of 2 jaar wordt
uitbetaald. Een kleine organisatie kan het zich niet veroorloven zulke
bedragen voor te schieten.
Een derde probleem is het feit dat elke subsidieaanvraag vernieuwend moet
zijn. Het opvangen van slachtoffers en hen op alle mogelijke manieren
begeleiden en helpen is echter niet vernieuwend. Dit geldt ook voor het
geven van voorlichting: als je vertelt over vrouwenhandel op een school
moet je dit enkele jaren later weer herhalen, er zitten dan immers weer
allemaal andere jongeren op die school. Het is dan moeilijk om vernieuwend
te zijn.
Voorstel
tot verandering
Al deze redenen zorgen ervoor dat vele kleine organisaties die erg goed
en belangrijk werk doen aan de basis van de strijd tegen mensenhandel,
geen financiële steun kunnen krijgen van overheden en van de Europese
Unie.
Dit probleem wilden we aankaarten in Brussel. Er werd een voorstel geschreven
waarin SRTV en Jubilee Campaign aan het parlement vragen de procedures
voor het aanvragen van subsidies te vereenvoudigen.
Het
resultaat
Op 3 maart 2009 was het dan zover. Na de uitgebreide voorbereidingen stonden
we in een indrukwekkende zaal in het Europese Parlement met prachtige
stoelen met bijbehorende koptelefoons en microfoons.
De zaal was redelijk gevuld met geïnteresseerde leden van het parlement
of hun medewerkers. De vier organisaties, waaronder de SRTV, hebben hun
verhaal gedaan, een film vertoond en gediscussieerd met de aanwezigen.
De aanwezige vertegenwoordiger uit Zweden, de volgende voorzitter van
de EU, vond dat de problemen die we aan de orde stelden belangrijk waren.
Hij beloofde het door ons ingediende voorstel mee te nemen in de voorbereidingen
voor een grote Europese conferentie later in 2009 tijdens het voorzitterschap
van Zweden.
We zullen u op de hoogte blijven houden van reacties op het voorstel dat
de SRTV en de Jubilee Campaign deden in Brussel.
Ivonne van de Kar
terug naar begin
MTV
en Oekraïense rockers tegen mensenhandel
MTV, de populaire televisiezender voor muziek, zal in samenwerking met
IOM Oekraïne* een speciaal programma maken waarin aandacht wordt
geschonken aan de Oekraïense Rockers ‘Okean Elzy’. Met
hun optreden willen zij mensen in de Oekraïne bewust maken van het
probleem vrouwenhandel.
In dertig steden in de Oekraïne hebben zij concerten gegeven. In
het tv-programma zullen gedeeltes van deze optredens te zien zijn samen
met interviews met de popgroep, met Oekraïense organisaties tegen
mensenhandel, met hoogtepunten van het uitgaansleven in Kiev en toeristische
tips.
Aan de ruim 100.000 bezoekers van de
concerten werd informatie uitgedeeld over de wijze waarop men zich kan
beschermen tegen handelaars wanneer men naar het buitenlandland gaat om
te reizen, studeren of werken. Binnenkort zal deze tour gevolgd worden
door een bewustwordingscampagne op televisie tegen mensenhandel.
Meer informatie is te vinden
op website: www.mtvexit.org
*IOM= Internationale Organisatie
voor Migratie
terug naar begin
SRTV
schrijfactie
Tijdens de Internationale Vrouwendag op 8 maart is de schrijfactie van
de SRTV van start gegaan. Eén van de doelstellingen van de SRTV
is preventie en bewustwording in de landen waar de vrouwen vandaan komen.
Al jarenlang waarschuwt deze stichting door middel van informatiemateriaal
tegen het gevaar dat vrouwen lopen bij migratie naar West Europa. Deze
folders zijn al vertaald in negenenveertig talen.
In de beginjaren heeft de SRTV contacten
gelegd met communiteiten van verschillende congregaties in het buitenland.
Op deze manier werden de waarschuwingsfolders verspreid en zo kwam een
groot internationaal netwerk tot stand. Het vijftienjarig bestaan van
de SRTV is als een goede gelegenheid om de folders opnieuw onder de aandacht
te brengen.
Regelmatig klinkt de vraag van oudere
religieuzen wat zij nu nog kunnen doen tegen vrouwenhandel met hun beperkte
energie en mobiliteit. Het is juist deze groep met al hun contacten in
binnen- en buitenland waarmee wij zo graag in contact komen.
Medewerkers van de SRTV gaan naar communiteiten
in het hele land om samen met religieuzen een brief te sturen naar hun
mede zusters en broeders om de problematiek van vrouwenhandel uit te leggen.
Het zijn vaak de persoonlijke contacten die een groot effect kunnen hebben.
Mocht u geïnteresseerd zijn om deel
te nemen aan deze schrijfactie neem dan contact op met de SRTV. Er zijn
verschillende mogelijkheden:
• u schrijft thuis en ontvangt van ons de benodigde brieven en folders
• u komt naar Den Bosch om te schrijven tijdens een van de schrijfmiddagen
• een medewerker van de SRTV komt naar uw communiteit om te vertellen
over vrouwenhandel en brengt alle materialen voor de schrijfacties mee
De SRTV heeft een brief opgesteld die
u kunt gebruiken en kunt voorzien van een persoonlijk woordje. Deze brief
is beschikbaar in het Nederlands, Engels, Frans, Spaans, Duits en Indonesisch.
De mee te sturen folders zijn via www.srtv.info te downloaden of aan te
vragen bij het kantoor in Den Bosch.
Elma van den Nouland,
medewerker SRTV
terug naar begin
Viering Vijftien
jaar Religieuzen Tegen Vrouwenhandel
Op donderdag 6 april 2006 vierde de Stichting Religieuzen Tegen Vrouwenhandel
haar vijftienjarig bestaan met een symposium voor congregaties, (oud)medewerkers
en genodigden, dagvoorzitter was mw. Wies Stael-Merkx.
Speciaal voor deze gelegenheid werden 2 sprekers uit het buitenland uitgenodigd,
zuster Florence Nwaonuma die in Nigeria een opvanghuis heeft en Zr Eugenia
Bonetti uit Italië die in Rome straatprostituees helpt.
Zuster Florence
In 1999 hebben de Nigeriaanse Vrouwelijke Hogere Oversten(NCWR), het initiatief
genomen tot het oprichten van een Comité Ter Ondersteuning van
de Waardigheid van Vrouwen (COSUDOW).
“Het was de slavernij, de seksuele uitbuiting, de gedwongen arbeid
en de onmenselijkheid van mens tot mens, ondervonden door onze vrouwen
en kinderen in handen van hun pooiers, die de leiders van de NCWR aanzette
een project te beginnen waar rechtstreeks gewerkt zou met verhandelde
vrouwen en kinderen om de verloren waardigheid en persoonlijkheid van
deze slachtoffers te herstellen.
De Commissie is sinds de oprichting in de voorste linies geweest in de
strijd tegen Vrouwenhandel in Nigeria, werkend aan rehabilitatie en integratie
van teruggekeerde slachtoffers van deze moderne slavernij.”
Dit gebeurde in navolging van het werk
dat de Religieuzen in Nederland hadden gestart, zo vertelde zuster Florence.
Zij werd door de oversten gevraagd deze taak op zich te nemen en zo begonnen
ze. De waarschuwingsfolder die in Nederland gemaakt was diende als voorbeeld
voor hun eigen Nigeriaanse versie. Het kleine groepje, 3 zusters en twee
medewerkers, geeft voorlichting in Nigeria aan vrouwen, mannen en jongeren
op de meest uiteenlopende plaatsen. Hun acties bereiken ook de mensen
op marktplaatsen, fietstaxichauffeurs (plaatselijk in Nigeria Ökada”
genoemd.) en binnen- als buitenlandse chauffeurs. De zusters bezoeken
‘mannen-gelegenheden’ (cafés) en kleine zelfstandigen
als kappers, kleermakers en boeren. Het is noodzakelijk de afgelegen dorpen
te bereiken omdat de handelaren en hun tussenpersonen naar het achterland
gaan om daar hun nietsvermoedende slachtoffers te werven.
De zusters houden zich ook actief bezig
met het reïntegreren van teruggekeerde slachtoffers. Ze halen de,
vaak nog erg jonge, meisjes op van het vliegveld of het busstation, bieden
hen een tijdelijk onderkomen aan in een van hun eigen leefgemeenschappen
en beginnen aan het soms jarenlange proces om het meisje weer in contact
te brengen met haar dorp en haar familie. Vrijwel altijd wordt dit proces
bemoeilijkt doordat de meisjes, vóórdat ze verhandeld werden,
door een voodoopriester dusdanig beïnvloed zijn dat psychische beschadigingen
eerder regel dan uitzondering zijn.
De zusters denken er nu over om een echt opvanghuis te beginnen, waar
ze deze jonge vrouwen een veilige plaats kunnen bieden en samen met hen
kunnen gaan werken aan een langzame genezing van de diepe lichamelijke
en psychische wonden die deze meisjes opliepen tijdens hun verblijf in
Europa.
Zuster Eugenia Bonetti
De tweede spreekster deze dag was zuster Eugenia Bonetti uit Rome. Deze
kleine, niet meer zo jonge maar zeer gedreven zuster brak tijdens haar
toespraak een lans voor meer samenwerking tussen de verschillende congregaties
die op het gebied van mensenhandel actief zijn.
“Vandaag wil ik u graag vertellen over de toewijding en de inzet
van vele vrouwelijke religieuzen. Hoe zij een antwoord proberen te vinden
op de hopeloze toestand van verhandelde meisjes en vrouwen, die als gebruiksvoorwerpen
voor de ‘seksmarkt’ geïmporteerd en geëxporteerd
worden over de hele wereld. Laten we eerst maar eens erkennen, dat die
‘slavernij’ nog steeds bestaat. Vervolgens moeten we begrijpen
dat alleen door samenwerking deze plaag kan worden verslagen en uitgeroeid.”
Wij leven hier in het westen in een welvarende
samenleving waarin met geld alles gekocht kan worden, zelfs het lichaam
van een minderjarige.
Vrouwelijke religieuzen waren ongeveer de eersten die dit ‘nieuwe
teken van deze tijd’ herkenden. Toen meisjes wegliepen van hun handelaar
en om hulp vroegen, namen verschillende kloosters een ongekend risico
om deze meisjes op te vangen. De zusters kregen te maken met veel problemen:
taal- en cultuurbarrières, morele vragen, de publieke opinie en
de wet. Na de dramatische verhalen gehoord te hebben, begrepen de zusters
al snel dat het ‘werk’ als prostituee - nog steeds ’s
werelds oudste beroep genoemd - niet een vrije keuze was, dat dit slachtoffers
zijn van een nieuwe vorm van slavernij. “Dit betekende een uitdaging
voor onze normen en waarden, ons leven, onze tradities en onze veiligheid.
Op dit moment werken 250 zusters uit 70 congregaties in 110 opvanghuizen
in Italië.”
De Italiaanse zusters doen echter nog
veel meer, ze geven voorlichting, praten met de ‘meisjes in de straat’
en beïnvloeden parlementariërs. Bovendien proberen ze andere
religieuzen in te laten zien dat religieus leven in het derde millennium
inhoud dat het kwaad van deze tijd, de internationale vrouwenhandel, gestopt
moet worden. Dat is, zo zegt zuster Eugenia, het charisma van religieuzen
van deze tijd. Mede daarom hebben zij enkele initiatieven gestart:
Een educatieve map tegen mensenhandel voor religieuze communiteiten, seminaries,
scholen, parochies en jongerengroepen. Deze map is beschikbaar in zes
talen: Engels, Italiaans, Spaans, Frans, Pools en Roemeens. Portugese
en Duitse mappen zijn in voorbereiding.
Een trainingsprogramma voor vrouwelijke religieuzen over mensenhandel
werd in 2004-2005 verzorgd in: Italië, Nigeria, Albanië, Roemenie,
Thailand en de Dominicaanse republiek. Dezelfde cursus staat gepland in
Brazilië, de Filippijnen en Portugal.
“Ik ben blij vandaag met u de vijftiende
verjaardag te mogen vieren van een klein zaadje dat werd geplant door
enkele moedige vrouwelijke religieuzen. Het waren vrouwen die bezorgd
waren over de mensenrechten en de waardigheid van zovele vrouwen die toch
‘geschapen naar het evenbeeld van God, worden behandeld als slaven’.
Dat kleine zaadje groeide uit tot een grote boom, waaronder vele jonge
vrouwen een schuilplaats hebben gevonden toen ze op zoek waren naar nieuwe
levensvreugde.”
Gebedsviering
Na deze inspirerende lezingen toog het hele gezelschap naar de kapel voor
een gebedsviering, voorgegaan door drie vrouwen van de SRTV.
Iedereen was erg blij dat Joke den Dulk en Zr. Michel Keesen, mede oprichters
van de SRTV, aanwezig konden zijn.
De viering stond in het teken van de steen. De lezing kwam uit het evangelie
van Johannes (8,1-11) waarin de Farizeeërs en schriftgeleerden een
overspelige vrouw naar Jezus toe brachten. Ze wilden haar, zoals de wet
het hen vroeg, stenigen. Ze stelden hem op de proef om te zien of ze hem
konden aanklagen. Echter Jezus bukte en schreef met zijn vinger op de
grond. Hij zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste
een steen naar haar werpen.’
Toen allen een voor een vertrokken waren zei hij tegen de vrouw: Heeft
niemand u veroordeeld?’ ‘Niemand Heer.’ zei ze. ‘Ik
veroordeel u ook niet,’ zei Jezus.’Ga naar huis, en zondig
niet meer.’
Hierop volgde de overweging door SRTV-medewerker ds. Lideke in ’t
Veld. In haar meditatie kwam naar voren dat de vrouw in dit evangelie
zwijgt, dat haar niets gevraagd wordt. Net als verhandelde vrouwen nu.
Jezus neemt de vrouw serieus en zegt tegen haar ga heen en zondig niet
meer, het was immers wel een zonde die ze beging. Echter hij veroordeelde
haar niet en liet haar in haar waarde. Het is moeilijk om een vreemde
situatie zonder vooroordelen te bekijken. Iedereen zou moeten bedenken
of zij zelf zonder zonde zijn. Aan alle aanwezigen werd een steen uitgereikt
met de vraag: Hier is een steen, bedenk, indachtig de tekst van het evangelie
of u deze steen wilt gooien……
Middagprogramma
Na een goed verzorgde lunch was er gelegenheid de fototentoonstelling
‘Vijftien jaar Religieuzen Tegen Vrouwenhandel’ te bekijken.
Daarna werd de groep in acht workshops verdeeld om te bespreken hoe wij
als christenen het voorbeeld van Jezus kunnen volgen. Plenair werden naderhand
enkele resultaten van de workshops besproken. Zo vond een groep dat ook
‘tot tien moeten tellen’ voor we oordelen, misschien was dat
wat Jezus deed toen hij op de grond schreef. Een andere groep kwam met
het voorstel een brief aan de politiek te schrijven met daarin het verzoek
slachtoffers van vrouwenhandel humaner te behandelen in Nederland.
Tot slot van de dag sprak Mw. Korvinus,
de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Ze begon haar toespraak met een
aangrijpend persoonlijk verhaal waarna ze vertelde wat haar bureau doet,
welke onderzoeksgegevens ze publiceren en dat haar organisatie de enige
is in Europa die daadwerkelijk betrouwbaar cijfermateriaal verzamelt voor
verder onderzoek.
Na afloop van haar toespraak kreeg Mw. Korvinus een stempel van de campagne
‘zet vrouwenhandel buitenspel’ waarover u elders in dit blad
meer kunt lezen.
Ivonne van de Kar en Elma
van den Nouland, medewerkers SRTV
terug naar begin
De SRTV pleit er al sinds haar oprichting
voor dat vrouwenhandel nauwelijks los gezien kan worden van religie. Vrouwen
waar het om gaat hebben vaak zeer sterke religieuze gevoelens, in de landen
waar ze vandaan komen speelt religie vaak een belangrijke rol en religieuze
leiders kunnen een grote rol hebben in voorkoming van vrouwenhandel.
De rol van de religie werd in de Nederlandse seculiere samenleving jaren
lang niet onderkend. Nu heeft het ministerie van ontwikkelingssamenwerking
‘ontdekt’ dat religie in het beleid betrokken moet worden
voor een beter resultaat.
Religie
niet om zieltjes te winnen, maar om levens te redden
De rol die religie kan spelen in internationale samenwerking is in Nederland
een blinde vlek. Minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking vindt
dat het taboe op religie in relatie tot het Nederlands ontwikkelingsbeleid
moet worden doorbroken. “Willen we mensen uit de armoede halen,
en willen we dat mensenrechten wereldwijd worden gerespecteerd, dan moeten
we in ons ontwikkelingsbeleid ons ook rekenschap geven van religieuze
en culturele waarden. Niet om zieltjes te winnen, maar om levens te redden”,
aldus Van Ardenne tijdens de internationale conferentie over religie,
mensenrechten en ontwikkeling. Met het nieuwe Kennisforum Religie en Ontwikkelingsbeleid
wordt een nieuwe impuls gegeven aan de dialoog met ontwikkelingslanden
over de rol van religie binnen het onderwijs, de gezondheidszorg, maar
ook over de rol van religie bij het bevorderen van vrede en veiligheid.
Zowel beleidsmakers van Ontwikkelingssamenwerking als vertegenwoordigers
van ontwikkelingsorganisaties zullen aan het nieuwe Kennisforum deelnemen.
In het maatschappelijk klimaat vandaag
de dag wordt religie eerder gezien als probleem, terwijl het juist een
deel kan zijn van de oplossing. Het belang van religie en religieuze leiders
als het gaat om de bestrijding van armoede en het oplossen van conflicten
wordt ten onrechte miskend. Immers, het waren de Wereldraad van Kerken
en de Verenigde Afrikaanse kerken die in 1972 een staakt-het-vuren wisten
te forceren in de burgeroorlog in Soedan. En ook het recente initiatief
van de voorzitter van de Aya Sofya moskee in Amsterdam om een protocol
tegen radicalisme te tekenen, laat zien dat religieuze organisaties en
hun leiders een positieve bijdrage kunnen leven aan een vreedzame wereld.
Het nieuwe Kennisforum moet ervoor zorgen
dat wetenschappers, beleidsmakers en de werkers in het veld, de maatschappelijke
organisaties, in Nederland hun kennis en ervaring op het gebied van religie
en ontwikkelingssamenwerking verder opbouwen en uitbreiden. Uitwisseling
van die nieuw verworven kennis en ervaring zal de kwaliteit en effectiviteit
van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, zowel van de overheid als van
maatschappelijke organisaties, verbeteren. Nederlandse ambassades in ontwikkelingslanden
zullen het belang van religie en de rol van religieuze organisaties een
plaats moeten geven in de uitvoering van het Nederlands ontwikkelingsbeleid.
Ministerie van Buitenlandse
Zaken, 7 september 2005
terug naar begin
Knap
onderzoek naar vrouwenhandel van Ruth Hopkins
Toen journaliste Ruth Hopkins in 2000 een bordeelhouder interviewde, vertelde
hij dat hij 'vrouwtjes kocht' om zijn - legale - bordeel draaiende houden.
“Hoe kun je mensen kopen?” vroeg ze zich af. En beet zich
in het onderwerp vast.
Moderne slavernij
Çelal liet de 13-jarige Yulia weten dat verzet geen zin had. “Hij
sloeg me zo hard met een riem dat ik flauwviel”. In de Utrechtse
nieuwbouwwijk kwamen en gingen de klanten avond aan avond. Soms brachten
Çelal en een andere man haar naar de tippelzone."
Hopkins (1973) onderzocht het onderwerp vrouwenhandel vanaf dat eerste
gesprek in 2000 met ijzeren volharding. Ze legt in haar boek 'Ik laat
je nooit meer los' de ten hemel schreiende situatie van de slachtoffers
bloot. Sinds halverwege de jaren negentig komen vrouwen uit het voormalig
Oostblok naar Nederland om het tekort aan prostituees aan te vullen. Soms
weten ze dat ze de prostitutie ingaan, soms ook worden ze gelokt door
mensensmokkelaars met de belofte van een baantje in de horeca.
'Het meisje, de vrouw, de handelaar en de agent' luidt de ondertitel,
naar de vier 'hoofdpersonen' in het boek. Hopkins brengt het onderwerp
overtuigend tot leven met hun persoonlijke verhalen, aangevuld met uitvoerig
feitenonderzoek. Dapper stapt ze op iedereen af: pooiers, criminelen,
op wraak beluste familieleden van de ontsnapte meisjes in door armoede
geteisterde dorpjes.
Wie dit boek leest kan er niet omheen dat een groot deel van de prostitutie
in Nederland niets anders is dan moderne slavernij en dat de prostituees,
zelfs als ze meewerken in politieonderzoek, nauwelijks bescherming krijgen
van de Nederlandse overheid - laat staan een verblijfsvergunning. Slachtoffers
van vrouwenhandel worden veelal opgepakt, vastgezet en teruggestuurd.
En dit speelt zich allemaal letterlijk om de hoek van ieders huis af.
Uitgebreid onderzoek
Hopkins komt uitgezette vrouwen op het spoor en bezoekt hen (meermalen)
in hun thuisland. De Bulgaarse Yulia, bijvoorbeeld, die nog maar dertien
was toen ze door haar moeder aan een Nederlands Romagezin in de Amsterdamse
Bijlmer werd verkocht, om te trouwen met de zestienjarige zoon des huizes.
Yulia is opstandig en wordt weer doorverkocht aan een Utrechts echtpaar
dat haar als prostituee laat werken.
Als ze probeert te vluchten bewerkt de man haar met een gloeiend heet
mes en drukt sigaretten uit op haar been. Ze slaat met haar handen een
ruit stuk, ontsnapt en doet aangifte bij de politie. Die vindt haar verhaal
tegenstrijdig. Ze wordt zonder enige vorm van begeleiding teruggestuurd
naar Bulgarije. Yulia is dan vijftien, en vijf maanden zwanger.
Hopkins vertelt ook het verhaal van Silda, die terug in haar thuisland
Albanië weer broedt op een uitweg uit de armoede. Desnoods weer met
hulp van de mensensmokkelaars die haar al een keer zo wreed hebben uitgebuit.
Heldere analyses
En dan is er nog de Nieuwegeinse bordeelhouder Sony die samenwerkt met
Oekraiense mensensmokkelaars. In zijn bordeel hebben de gekochte vrouwen
een lagere status dan de Nederlandse prostituees. Ze moeten al hun verdiende
geld inleveren bij de Russische maffia.
Van het viertal uit de titel is de agent het geweten. Ron is zedenrechercheur
op de Amsterdamse Wallen, waar hij op dat moment vooral bezig is met een
groep Turkse vrouwen die op gewelddadige wijze wordt mishandeld. Hij uit
zijn onvrede over het gebrek aan daadkracht bij de politie. En wordt overgeplaatst.
Hopkins' analyses verhelderen veel. De 'slachtoffers' vluchten als ze
zijn opgepakt door de politie vaak terug naar de mensenhandelaren. Of
ze gaan, eenmaal bevrijd, toch weer de prostitutie in. En de mensenrechtenorganisaties,
de politie en de politiek weten niet goed wat ze daarmee aan moeten. Als
een vrouw gered is, moet ze de kans op een deugdzaam leven met beide handen
aangrijpen, vinden zij. Maar zo werkt de wereld niet, dat laat Hopkins
overtuigend zien. Hoe meer het rijke Europa de migrante probeert tegen
te houden, des te wanhopiger de pogingen om toch de armoede te ontvluchten,
desnoods als prostituee, met een vals paspoort of met hulp van wrede mensensmokkelaars.
Stellig oordeel
Jammer genoeg stopt Hopkins daar niet. Wat volgt is een reeks stellige
veroordelingen. Het Nederlandse beleid deugt helemaal niet, de oppositie
doet ook niets, hulporganisaties falen, Cohen 'veegt zijn stoepje schoon',
enzovoort. De nuance waarmee de journaliste de complexe wereld van de
vrouwenhandel wist te analyseren, is dan opeens zoek. Begrijpelijk, maar
zonde: het was sterker geweest niet zo te drammen maar de lezer zelf zijn
of haar conclusie te laten trekken.
Dorien Pels, Trouw,
19 november 2005
Ruth Hopkins: Ik laat je nooit meer gaan –
het meisje, de vrouw, de handelaar en de agent.
ISBN 9044505424; 256 blz. € 19,90 euro
terug naar begin
Nieuwe medewerker gevonden
in Malawi
Regelmatig kunt u in ons blad berichten lezen van Zr. Raymunda in Malawi.
Ze geeft enthousiast voorlichting op vele scholen en is in verband met
haar terugkeer naar Nederland volgend jaar op zoek naar een vervangster
voor haar werkzaamheden.
Beste vrienden,
Weer even een update op mijn vorige brief want ik dacht het een goed idee
jullie op de hoogte te houden van de ontwikkelingen hier.
Ik heb contact gehad met een Malawische
zuster hier en ze stond er positief tegenover om wat tegen vrouwenhandel
te doen.
Het is een groot probleem en komt –vanwege de armoede – steeds
meer in eigen land voor, al is de “trafficking “ alleen maar
van Noord naar Zuid en andersom.
Daarna hebben we samen een werkvergadering gehad waarin ik haar heb uitgelegd
over het hoe en waarom , en mijn wijze van werken ( die ook anders mag
)
Ze is bereid en enthousiast om – op de plaatsen waar ze zelf haar
eigen taak doet – input en informatie te geven tegen vrouwenhandel.
De plaatsen waar ze werkt liggen in het midden van het land dus een prachtige
gelegenheid om ook daar meisjes en jonge vrouwen te waarschuwen.
De plaatsen zijn; Lilongwe; Salima; Kasungu; Mzimba; Dedza; Mchinje ;Nkhota-Nkhota
Ik heb haar een “starterspakket” gegeven van ;
• 100 Chichewa folders;
• 100 Engelse folders;
• 5 geschilderde doeken als lesmateriaal , geschilderd van jullie
waarschuwingsfolder met bijbehorende notities;
• 2 mappen , een om de correspondentie in te doen , een om “TRANSACTIONS”
in te bewaren.
We hebben afgesproken dat we weer bij
elkaar komen over twee maanden voor een evaluatie en dat ik intussen hier
doe wat ik kan. We zullen dan ook een begroting proberen op te stellen
voor de komende drie jaren , maar daar is het nu nog te vroeg voor.
Het contact met het Noorden is niet eenvoudig maar we geven de moed niet
op.
Beste mensen , dat is het voor zover. Een rapport over de rest van de
activiteiten komt later , maar ik vond dit goed nieuws dus wilde ik het
ook meedelen.
Heel veel hartelijke groeten en succes met uw werk.
Zr. Raymunda van Velzen.
terug naar begin
Vrouwenhandel bij steeds meer congregaties onder
de aandacht
De afgelopen zomer kwam een telefoontje bij de SRTV binnen vanuit Engeland.
Of de SRTV ook in het buitenland voorlichting aan religieuzen geeft? Deze
vraag kwam van de congregatie van de Zusters van Liefde van St. Vincent
de Paul met hun provinciale huis in Mill Hill, een buitenwijk van Londen.
Nou, uiteraard willen we dat doen. Het is goed om te zien dat binnen de
religieuze wereld het thema vrouwenhandel op steeds meer plekken wordt
opgepikt. In januari was het dan zover. Op een vrijdagmiddag nam ik de
trein naar Londen waar een allervriendelijkste zuster mij opwachtte. Twintig
zusters uit heel de wereld waren uitgenodigd naar Mill Hill te komen.
Een speciale bijeenkomst was georganiseerd voor zusters van deze congregatie
die met dit thema aan de slag willen gaan in het land waar ze werken.
De zusters die aanwezig waren kwamen uit Engeland, Schotland, Ierland,
Australië en de Verenigde Staten.
Op zaterdag vertelde ik over het werk van de SRTV, over de jarenlange
voorlichting aan religieuzen, jongeren en vrouwengroepen. Ook de opvang
van slachtoffers en de steun die de SRTV aan kleinschalige projecten biedt,
kwamen aan bod. Van de SRTV wilden de zusters vooral horen hoe ze dit
werk op zouden kunnen pakken. Het is inspirerend te merken dat op zoveel
plaatsen zusters ditzelfde werk willen doen, elk op haar eigen wijze.
In de middag sprak de Engelse zr. Ann Teresa die twee jaar geleden de
organisatie ‘Medaille Trust’ opzette om slachtoffers van vrouwenhandel
in Engeland onderdak te kunnen bieden. Ze heeft nu twee opvanghuizen met
een professionele staf die zeer goed werk verricht.
Op zondagochtend vertrok ik weer per trein terug naar Den Bosch.
Laten we hopen dat deze zeer geïnteresseerde groep zusters verder
met het thema aan de slag gaat.
Ivonne van de Kar
terug naar begin
Bericht
uit Letland
Regelmatig ontvangt de SRTV een lange, zeer onderhoudende brief van de
Nederlandse zuster Marjolein Bruinen, over haar avonturen in Letland.
Hieronder vindt u een deel van deze brief waarin ze vertelt hoe de leefomstandigheden
zijn in deze nieuwe Lidstaat van de Europese Unie.
Beste vrienden in Nederland!
Riga, 30 mei 2005
Deze brief schrijf ik, terwijl ik op het terras van onze “datsja”
(tuinhuisje) zit en geniet van de eerste echt zonnige dagen van deze lente.
Ik hoop, dat jullie het goed maken en dat je de winter zonder grote problemen
bent doorgekomen. (……)
Helaas moeten we hier in Letland vaststellen, dat de Europese Gemeenschap
niet de economische voordelen heeft gebracht, die men gehoopt had; althans
niet voor de minder welgestelde mensen. De koopwaar, die nu gemakkelijker
uit het buitenland te krijgen is, verdringt de binnenlandse producten,
een ramp voor wie daarvan moet leven. De inflatie is enorm. Initiatieven,
die in de negentiger jaren van de vorige eeuw met enthousiasme begonnen
werden, mislukken door gebrek aan financiële middelen. De steun die
vanuit de E.U. voor sommige projecten werd gegeven, voordat Letland lid
ervan was, valt weg. Mensen, die jarenlang hebben gespaard om hun huisje
op te knappen, zijn daar snel mee begonnen, omdat de prijzen als pijlen
in de hoogte schieten. Maar bijna altijd blijft het dan bij dit begin
en komt er nooit iets klaar. Scholen en opleidingen, die intussen ongeveer
10 jaar bestaan, kunnen hun personeel niet meer uitbetalen. De werkeloosheid
is zo hoog, dat bijna overal de medewerkers uitgebuit kunnen worden. Een
vriendin vertelde, dat ze maandenlang op haar contract (en salaris) als
lerares had moeten wachten. En toen ze het contract kreeg, las ze daarin,
dat ze bereid moest zijn om op elk ogenblik, waarop de directie dat nodig
achtte (d.w.z. ook in de weekends, want ze geven ook avond- en weekendcursussen),
te komen werken. Ze zou kunnen weigeren om dit te ondertekenen. Maar dan
staat ze op straat, want in haar plaats zijn er zeker tien anderen, die
wel daartoe bereid zouden zijn, om maar een baan te kunnen hebben. Een
van haar collega´s draagt zomer en winter een pantalon, omdat ze
zich niet kan veroorloven telkens nieuwe panty’s te kopen.
De priester, die ´s zondags altijd met ons de H. Mis viert, was
afgelopen week verhinderd. Hij had een collega gevraagd, om hem te vervangen.
De jonge priester had geantwoord dat hij graag wilde komen, als wij maar
de benzine konden betalen voor die paar kilometer die hij moet rijden.
In huis en tuin krijgen we hulp van enkele vrienden, die daarvoor een
warme maaltijd en af en toe wat geld toegestopt krijgen. Aan een van hen
hadden wij gevraagd, of ze onderweg naar hier een fles olie voor de maaimachine
kon kopen; wij zouden haar dan later terugbetalen. Ze heeft het niet kunnen
doen, want de olie kostte € 4,- en haar hele bezit was € 3,-,
waarvan ze ook nog een bloemetje wilde kopen voor haar 5-jarig dochtertje,
dat ´s avonds bij een kinderconcert mee mocht spelen.
Is het dan een wonder, dat vrouwen proberen, om in “het Westen”
in korte tijd “rijk” te worden en zichzelf – of soms
zelfs hun kinderen – verkopen? Het is heel goed, dat het thema “vrouwen-
en mensenhandel” steeds meer belangstelling krijgt. Maar vaak staat
men machteloos. Want wat kun je nog doen, als de boss van een mensensmokkelbende
een hoge piet van de politie blijkt te zijn?
In deze dagen vindt een congres plaats van leerkrachten en medische verzorgers
in scholen. Daar werd vastgesteld, dat de conditie van de kinderen elk
jaar slechter wordt. Steeds jongere kinderen vertonen depressief en/of
agressief gedrag. Op school krijgen de kinderen vaak hun enige warme maaltijd
per dag. Maar door de inflatie hebben de scholen hun prijzen moeten verhogen.
En nu kunnen veel mensen niet meer betalen. Dan gaan de kinderen sigarettenpeukjes
zoeken of lijm snuiven. De ouders hebben nauwelijks tijd voor hen, omdat
ze vaak meer dan één baan aannemen, of heel veel (helaas
niet betaalde) overuren moeten maken, om rond te komen. En als ze naar
huis komen, zijn ze uitgeput en hebben geen energie meer voor de kinderen.
Jonge mensen plegen zelfmoord, omdat ze voor zichzelf of voor een eventueel
te stichten gezin geen toekomst meer zien. Daarom is het uiterst belangrijk,
dat ze levenszin en waarden aangereikt krijgen; iets waarvoor het de moeite
waard is om te leven en zich in te zetten.
Het klinkt afgezaagd, maar ik doe het altijd weer met een hart vol vreugde:
jullie bedanken voor alle steun, die jullie ons geven.
Zr. Majolein Bruinen,
Dominicanessen van Bethanië in Letland
terug naar begin
SRTV bij
de protestantse kerk in Geleen
Op zondag 1 februari was de SRTV uitgenodigd om informatie te geven over
vrouwenhandel tijdens de dienst in de protestantse kerk in Geleen. Ik
vertelde over het werk van de SRTV en zr. Mechtild sprak over het geheime
opvanghuis dat zij enkele jaren had in het hartje van Geleen.
Voor iedereen in de kerk was dit geheel nieuw. Een zuster die een opvanghuis
had bij hen in de buurt zonder dat iemand er iets van wist? Daar wilde
men graag meer van weten.
Zuster Mechtilds verhaal was in een interviewvorm gegoten, omdat zij wat
last had van haar stem. Een van de medewerkers van de liturgiegroep had
enkele vragen voor zr. Mechtild opgesteld. Voor in de kerk zaten beiden
op een stoel, terwijl achter hen foto’s van zuster Mechtild en haar
opvanghuis werden geprojecteerd.
Het verhaal was aangrijpend, maar zr. Mechtild vertelde het alsof dit
een heel normale zaak was. En zo voelde ze het ook. Ze deed wat ze voelde
dat nodig was. ‘Ik heb het nooit alleen gedaan’ vertelt zr.
Mechtild altijd bij de lezingen die zij geeft, ‘ik heb altijd veel
steun ondervonden van een klein team van mensen, van de stichteres van
mijn congregatie en van God.’
Het verhaal van zr. Mechtild was zo indrukwekkend dat er in de viering
een spontaan applaus klonk toen ze weer naar haar plaats liep.
Ivonne van de Kar
terug naar begin
Expertisecentrum bundelt
kennis mensenhandel
De Nationale Recherche gaat gegevens die te maken kunnen hebben met mensenhandel
of mensensmokkel, intensiever uitwisselen met andere diensten. Vandaag
opent daartoe in Zwolle een landelijk expertisecentrum.
In het expertisecentrum mensenhandel en -smokkel werken 35 medewerkers
van vier verschillende diensten samen. Het gaat om deskundigen van de
Nationale Recherche, de Koninklijke Marechaussee, de sociale opsporingsdienst
SIOD en de Immigratie- en Naturalisatie-dienst IND.
Het is de bedoeling dat in Nederland in totaal zes expertisecentra komen.
Die richten zich elk op een ander kennisgebied, bijvoorbeeld wapens en
explosieven.
Door met elkaar in één gebouw te werken, moet de uitwisseling
van gegevens tussen de verschillende diensten beter verlopen.
Volgens Jan Boersma, unithoofd van de Nationale Recherche Noord- en Oost-Nederland,
is het nadrukkelijk de bedoeling dat de informatie die zo wordt verzameld,
ook zoveel mogelijk met de andere partijen wordt gedeeld. “We willen
geen FBI worden die slechts bovenop de eigen informatie zit”. Vaak
kunnen er - ondanks de uitgebreide privacy-wetgeving in Nederland - meer
gegevens worden uitgewisseld dan de medewerkers van de diensten aanvankelijk
denken, stellen de initiatiefnemers.
Het expertisecentrum moet er ook voor zorgen dat informatie-analyse en
opsporing elkaar beter aanvullen. Zo kunnen speurders trends die ze bij
hun opsporingswerk ontdekken, direct doorgeven aan de analisten. Die kunnen
op hun beurt de opsporing helpen door actuelere informatie te delen.
Trouw donderdag 19 mei
2005
terug naar begin
|