|
Achtergronden
Visie I Begrip
Vrouwenhandel I Oorzaken vrouwenhandel
I Wetten en regelgeving I Definitie
Vrouwenhandel I Beeldvorming
Visie
De SRTV en haar medewerkers bezien vrouwenhandel vanuit een gelovige achtergrond.
Ook de SRTV achterban weet zich aangesproken als de waardigheid van anderen
geweld wordt aangedaan. De bijbelse visie op de mens, roept op, om elkaar
te behoeden en te doen leven in overvloed. Mensen zijn geen op zichzelf
staande wezens, maar ze zijn als broeders en zusters aan
elkaar gegeven. Dat leidt tot een ethiek waarin de zorg voor anderen een
belangrijke plaats inneemt. Zelfbeschikking is in dit gedachtegoed een
belangrijke waarde.
De geschiedenis van het christendom heeft geleerd dat de wens anderen
te behoeden niet per definitie gunstige effecten heeft. Met
de beste bedoelingen werden in het verleden beschermelingen vanwege hun
(al dan niet vermeende) hulpbehoevendheid nogal eens als onmondig beschouwd.
De SRTV is er zich van bewust dat het belangrijk is dat vrouwen over middelen
en instrumenten beschikken om hun eigen leven vorm te geven en hun maatschappelijke
kwetsbaarheid terug te dringen. Daarom erkent de SRTV het recht op zelfbeschikking
als een belangrijk uitgangspunt voor haar visie op vrouwenhandel.
We vinden hierin steun en gehoor bij nationale en internationale partnerorganisaties
die onderzoek doen, raamwerken ontwikkelen om het schemergebied van Vrouwenhandel
in kaart te brengen.
De
SRTV vindt samenwerking in binnen en buitenland noodzakelijk, daarom werkt
zij samen met andere organisaties en probeert deze samenwerking elk jaar
uit te breiden. Daarbij wil ze het eigene in haar missie en doelstelling
bewaren. Hieronder verstaat de SRTV het werken, geïnspireerd op een
oecumenische christelijke basis, ter bestrijding van de handel in vrouwen
en meisjes door middel van voorlichting en preventie in Nederland en daarbuiten.
Echter het werken aan preventie betekent ook dat ze geen harde resultaatgerichte
cijfers kan geven, het schemergebied waarin de SRTV moet bewegen is niet
gericht op resultaat.
Toch zijn er successen te noemen waarin de resultaten van het werk duidelijk
worden. Zo meldde een oecumenische vrouwengroep dat SRTV-folders verspreid
worden via de ambassade in Litouwen. De SRTV ontving een brief van de
voorzitster van de Nationale Keniaanse Vrouwenorganisatie dat ze vrouwen
ervan kon weerhouden naar west Europa te gaan door ze te vertellen over
vrouwenhandel aan de hand van de SRTV folder. Het Nederlandse ministerie
van Buitenlandse Zaken heeft enkele honderden folders in diverse talen
naar Nederlandse ambassades gestuurd met het verzoek deze te overhandigen
aan vrouwen die een visum aanvragen.
Uit
cijfers van het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel over de afgelopen
twee jaar blijkt dat een zeer gering aantal verhandelde vrouwen effectief
aangifte wil doen.
Er is sprake van angst voor de macht van de handelaar, het stigma dat
hen opgelegd wordt als blijkt in welke situatie ze hebben verkeerd en
voor de angst met lege handen terug te gaan naar eigen land.
Daarom ook probeert de SRTV haar contacten uit te breiden met de organisaties
die ter plaatse iets doen aan opvang en ondersteuning van deze vrouwen,
bijvoorbeeld door hen een opleiding te bieden zodat ze hun eigen leven
in handen kunnen nemen.
terug
naar boven
Het
begrip vrouwenhandel
Vrouwenhandel is een breed begrip. In Nederland is het - zowel feitelijk
als in het bewustzijn van mensen - meestal verbonden met (gedwongen) prostitutie.
Dat brengt het risico met zich mee dat organisaties als de SRTV in de
valkuil van de moraliteit dreigen te vallen omdat het publiek juist van
religieuzen een moreel oordeel verwacht. Feitelijk staat de SRTV dan tussen
twee vuren: aan de ene kant is er het gevaar dat men de vrouwen om wie
het gaat afvalt, anderzijds dreigt men de steun en het begrip voor de
SRTV mis te lopen.
Steeds duidelijker blijkt uit nationale en internationale onderzoeken
dat er vrouwen zijn die ervoor kiezen verhandeld te worden omdat dat de
enige weg is om in het rijke westen werk te krijgen en geld te verdienen
De politieke, economische en sociale situatie in vele landen is zodanig
dat er altijd mensen op weg zullen gaan naar het land van melk en
honing (zie oorzaken vrouwenhandel).
Daarbij komt dat de handel in vrouwen voor handelaren zeer winstgevend
is.
Er worden grotere winsten mee behaald dan met de handel in wapens of drugs.
Daarom zijn er in zowel de bestemmingslanden als de landen van herkomst
velen (zowel mannen als vrouwen) te vinden die deze mogelijkheid aan moeten
grijpen.
Hoewel
velen vanuit een bijbelse mensvisie wellicht moeilijk voor kunnen stellen
dat prostitutie past bij de menselijke waardigheid, wil de SRTV in haar
visie voorop te stellen dat het de vrouw zelf is die bepaalt of zij wel
of niet als zodanig werkzaam wil zijn. De SRTV wil geen oordeel vellen
over de redenen die een vrouw heeft om deze keuze te maken. Dat het een
geheel vrije keuze zou zijn is een fictie: een mens leeft nu eenmaal in
concrete omstandigheden, en heeft daarin bepaalde (on)mogelijkheden en
verantwoordelijkheden. Wanneer geen concrete alternatieven kunnen worden
geboden, kan de wens vrouwen te ondersteunen betekenen dat zij vooral
gesteund moet worden in het verbeteren van haar arbeidsomstandigheden.
Om
vrouwen, die in deze handel verzeild raken te laten weten in welke situatie
ze hier terecht kunnen komen, wat de werkelijkheid van dit leven hier
is en om de werkelijk onwetenden te waarschuwen, is preventie in landen
waar de vrouwen vandaan komen noodzakelijk.
Daarom zal de SRTV zich blijven inzetten om vrouwen in hun eigen land
en in hun eigen taal te waarschuwen tegen de gevolgen van vrouwenhandel.
Hiervoor is een folder geschreven die in 45 talen vertaald is en waarvan
elk jaar nieuwe vertalingen verschijnen.
Het blijft belangrijk netwerken van religieuzen, van vrouwenorganisaties,
van pastoralewerkers, van hulpverleners en anderen te informeren over
vrouwenhandel en de gevolgen ervan.
Samen met anderen probeert
de SRTV dit fenomeen op de politieke agenda te krijgen.
terug
naar boven
Oorzaken
van vrouwenhandel
Het wordt steeds duidelijker, mede door gedegen wetenschappelijk onderzoek
onder slachtoffers, dat de voornaamste oorzaak van vrouwenhandel armoede
is.
In grote delen van de wereld leven mensen in slechte economische omstandigheden.
Uit VN cijfers blijkt dat een groter percentage vrouwen te kampen heeft
met grote armoede en de daaruit voortvloeiende problemen. Deze feminisering
van de armoede zorgt ervoor dat vrouwen manieren bedenken om te overleven.
Bijkomende factor is dat in vele landen de financiële zorg voor ouders
en kinderen op de schouders van de dochters rust . Deze vrouwen en meisjes
die de rijkdommen van het Westen kennen van de tv., van toeristen en van
verhalen, zien een aanbod om in het Westen te komen werken als hun grote
kans om in korte tijd veel geld te verdienen. Als ze eenmaal in West Europa
aankomen blijken contracten en beloftes vaak niets waard.
Vaak eindigen deze vrouwen in een gedwongen werksituatie, waarbij hen
verteld wordt dat ze de gemaakte kosten terug moeten betalen. De ronselorganisatie
heeft veel kosten moeten maken, zo is telkens het verhaal; voor haar paspoort,
ticket, kleding. Dat geld moet terug worden verdiend terwijl tegelijkertijd
een kamer per dagdeel moet worden gehuurd, en kosten voor werkkleding,
toiletartikelen en b.v. sigaretten van hun inkomsten worden ingehouden.
Pas daarna mogen ze berooid en lichamelijk en geestelijk gebroken, terug
gaan naar hun land.
Telkens weer vertellen vrouwen die slachtoffer werden van vrouwenhandel,
dat als ze geen andere mogelijkheid zien om te overleven; als er niets
meer overblijft om te verkopen, ze hun eigen lichaam verkopen om hun familie
en kinderen te eten te geven.
Omdat de enorme armoede in grote delen van de wereld een belangrijke oorzaak
van vrouwenhandel is, promoot de SRTV, waar mogelijk, eerlijke handel
om te komen tot een betere verdeling van de welvaart.
terug
naar boven
Wetten
en regelgeving
Opheffen bordeelverbod
De afgelopen jaren is vrouwenhandel een veel besproken thema in de media
geweest. Eind 1999 werd het bordeelverbod afgeschaft en op 1 oktober 2000
werd het daadwerkelijk ingevoerd.
Het bordeelverbod hield in dat het verboden was een bordeel te exploiteren,
prostitutie zelf was nooit verboden in Nederland. Het werd echter al jaren
gedoogd.
Volgens velen is het een goede zaak dat er een einde is gekomen aan de
vreemde situatie die er in Nederland bestond.
Aan de ene kant was het officieel verboden om een bordeel te runnen, maar
aan de andere kant zorgden gemeentes voor faciliteiten die hiervoor nodig
zijn. Er werden tippelzones aangelegd, soms zelfs hele eros-centra
gebouwd (terwijl dit eigenlijk verboden was).
Na de opheffing van deze wet moet de politie regelmatig alle bordelen
in de eigen gemeente controleren, de vrouwen moeten hun paspoort bij zich
hebben, de bordelen moeten hygiënisch en brandveilig zijn, enz. Dit
zal de werkomstandigheden van (Nederlandse en legale) prostituees zeker
verbeteren. Dit laatste vormt het grote probleem van deze maatregel.
Momenteel wordt onderzocht of de situatie voor illegale sekswerkers er,
zoals gevreesd, erg op achteruit is gegaan. Velen vrezen dat de vrouwenhandelaren
die zoveel geld aan deze vrouwen verdienen hun inkomsten niet zo maar
zullen opgeven.
Er blijven illegale vrouwen in de prostitutie werken, alleen komen deze
vrouwen nog dieper in de illegaliteit terecht. Hier zijn ze onbereikbaar
geworden voor de hulpverleners en voor de politie (die hen wil helpen).
Uit de verhalen van contactpersonen is bekend dat veel vrouwen uit het
legale circuit verdwenen zijn. Toch neemt het aantal klanten niet af.
De handelaren laten vrouwen werken voor escort bedrijven die alleen uit
een (steeds veranderend) telefoonnummer bestaan, of als illegale prostituee
in een achteraf kamertje.
Slachtoffer
of sekswerker
Tot voor kort werd in de nationale en internationale wet- en regelgeving
over vrouwenhandel niet gekeken naar de kant van de vrouwen zelf. Ook
werd voorbij gegaan aan het feit dat vrouwen ook voor andere doeleinden
dan prostitutie worden verhandeld en tegen hun wil worden tewerk gesteld
en geëxploiteerd.
De VN conventie uit 1949 gooide vrouwenhandel en exploitatie van prostitutie
van derden op één hoop, zodat het onderscheid tussen beide
vrijwel verdween. De conventie stelde zelfs dat ook met instemming van
de persoon in kwestie de exploitatie van prostitutie een misdrijf was.
Hoewel er verschillende meningen bestaan over prostitutie en de exploitatie
van prostitutie, kan niemand er omheen dat een dergelijke regelgeving
het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen miskent en tevens suggereert dat
iedereen die in de seksindustrie werkt een slachtoffer zou zijn.
Vele organisaties maken bezwaar tegen deze stereotypering, die maar al
te vaak leidt tot antiprostitutie wetgeving die de betreffende vrouwen
stigmatiseert, isoleert en kwetsbaarder maakt. Tegen deze vorm van discriminatie
bestaat verzet vanuit de mensenrechtenlobby: mensen hebben het recht zich
vrij te bewegen en hun werk zelf te kiezen, evenals een recht op fatsoenlijke
arbeidsomstandigheden.
Internationaal
circuleren verschillende visies op vrouwenhandel. Sommige landen brengen
vrouwenhandel alleen in verband met prostitutie. Andere beschouwen het
vooral als een vorm van georganiseerde misdaad, als een migratie- of een
werkgelegenheidsprobleem. Naar gelang de visie neemt ook de strategie
ter bestrijding verschillende vormen aan.
Wat de verschillende visies met elkaar gemeen hebben, is dat ze weinig
oog hebben voor de belangen van de vrouwen zelf. Een belangrijk motief
van vrouwen om zich in de seksindustrie te laten exploiteren ligt immers
in de hoop daarmee een beter leven te krijgen. En wie mag of kan beoordelen
of het werkelijk een beter leven is?
terug
naar boven
Definitie
van vrouwenhandel
In November 2000 werd tijdens de VN conferentie in Palermo voor het eerst
een algemeen acceptabele definitie van vrouwenhandel gegeven, het zogenaamde
Palermo-protocol:
Onder
"mensenhandel" wordt verstaan het rekruteren, deporteren,
vervoeren, herbergen of ontvangen van personen door middel van bedreiging
of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, door ontvoering, door
bedrog, door misleiding, door misbruik van macht of misbruik van een
kwetsbare positie, of door het geven of ontvangen van betalingen of
materiele voordelen om toestemming te krijgen van een persoon die de
macht heeft over een ander persoon met uitbuiting als doel.
Uitbuiting
houdt ten minste in de uitbuiting van de prostitutie van anderen of
van andere vormen van seksueel misbruik, dwangarbeid of het verlenen
van diensten onder dwang, slavernij of gebruiken vergelijkbaar met slavernij,
dienstbaarheid of het verwijderen van organen.
Er
werd in het document expliciet gesproken over de exploitatie van
de prostitutie van derden. In de internationale wetgeving is seksuele
exploitatie niet gedefinieerd en ook tijdens de debatten over het
protocol konden de gedelegeerden niet tot een eensluidende definitie komen
van seksuele exploitatie van derden. Omdat de internationale
wetgeving wel termen als gedwongen arbeid, slavernijachtige
praktijken e.d. kent, was het voldoende geweest om het bij deze
termen te laten, temeer daar niet precies te zeggen is wat er onder begrepen
wordt.
Op
7 december 2004 werd in navolging op internationale regelgeving, een wetsvoorstel
aangenomen om de Nederlandse (straf)wetgeving aan te passen waardoor ook
andere vormen van uitbuiting in arbeid of diensten, slavernij en met slavernij
gelijkende praktijken en de handel in organen onder de definitie mensenhandel
vallen. Het nieuwe wetsartikel waaronder naast mensenhandel ook mensensmokkel
valt, is artikel 273a, Wetboek van Strafrecht (Sr) en vervangt artikel
250a Sr.
Zowel
Nationaal als Internationaal wordt er een onderscheid gemaakt tussen mensenhandel
(vrouwenhandel) en mensensmokkel. Mensensmokkel is alleen het over de
grens brengen van een persoon zonder dat deze de benodigde papieren bezit.
Mensenhandel echter omvat een veel langer traject; vanaf het rekruteren
tot aan het onder dwang te werk stellen, en alle stappen daartussen.
De SRTV kiest ervoor om het juridisch niet juiste woord vrouwenhandel
te blijven gebruiken omdat uit cijfers gebleken is dat 98% van de verhandelde
personen vrouw is.
terug
naar boven
Beeldvorming
Om vrouwenhandel terug te dringen zullen er economische alternatieven
moeten zijn, die voorkomen dat mensen hun geluk elders beproeven. Ook
is de manier waarop zaken benoemd worden van invloed op de ideeën
waarmee we de wereld bezien en dus ook op de positie van vrouwen.
In haar voorlichting maakt de SRTV duidelijk dat ook de beeldvorming over
vrouwen een rol speelt in het ontstaan van vrouwenhandel, zeker waar het
gaat om genoemde seksuele exploitatie. Aan de andere kant is die beeldvorming,
juist wanneer het gaat om vrouwen die werkzaam zijn in de seksindustrie,
een dubbelzinnig gegeven.
Immers, men kan sekswerkers zowel beschouwen als mensen die de dupe zijn
van de beeldvorming die (exotische) vrouwen associeert met seks maar ook
als mensen die deze beeldvorming uitbaten om de eigen omstandigheden te
verbeteren.
Wie de vrouwen in kwestie louter als slachtoffer ziet, als het onschuldig
lam dat door derden geofferd wordt, zou weinig blijk geven van vertrouwen
in het inzicht en de zelfredzaamheid van (volwassen) vrouwen zelf.
Dat neemt niet weg dat de vrouwen die in het circuit van vrouwenhandel
terecht zijn gekomen, in juridische zin als slachtoffer moeten worden
beschouwd.
Voor
de SRTV betekenen deze inzichten dat ze soms op een dun lijntje moet koorddansen,
vooral waar de term slachtoffer wordt gebruikt.
Het mensenrechtenkader houdt hen daarbij op het rechte spoor; bij vrouwenhandel
gaat het om een schending van de rechten van vrouwen die voortvloeien
uit de menselijke waardigheid en geen schending van de waardigheid van
de vrouwen zelf.
terug
naar boven
|