|
Bijbelteksten te gebruiken bij een viering over mensenhandel op 18 oktober Uit de liturgische kalender van het B-jaar 2009, zondag 18 oktober Matteus 18, 12-14 of Lucas 15, 4-7
|
||
Uit de liturgische kalender 1e lezing: Psalm 2e lezing Evangelie |
van het B-jaar 2009, 18 oktober Jes. 53, 10-11 (fragment in bijbel on-line) Ps 33, 4-5, 18-19, 20, 21 (fragment in bijbel on-line) Hebreeën 4, 14-16 (fragment in bijbel on-line) Marc 10, 42-45 (fragment in bijbel on-line) |
|
Evangelie van 18 oktober 2009 Marcus 10, 42-45 Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. [43] Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, [44] en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, [45] want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (fragment in bijbel on-line)
|
||
|
[12] Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? [13] Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. [14] Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
[4] Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? [5] En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders [6] en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” [7] Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
Vraatzuchtige honden zijn het,
onverzadigbaar.
|
||
|
Als een herder weidt hij zijn
kudde:
|
||
|
[12] Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken. [13] Ik zal ze uit alle volken terughalen en uit alle landen bijeenbrengen, ik zal ze naar hun eigen land laten terugkeren. Op de bergen van Israël en bij de waterstromen zal ik ze weiden, overal in het land waar mensen wonen. [14] Ik zal ze laten grazen op een goede weide, ook hoog in de bergen van Israël zullen ze gras vinden; op Israëls bergen zullen ze rusten op groen grasland en in een grazige weide. [15] Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de HEER. [16] Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken – maar de vette en sterke dieren zal ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
Ik zal een andere herder over ze aanstellen, een die ze wél zal weiden: David, mijn dienaar. Hij zal ze weiden, hij zal hun herder zijn. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. [8] Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. [9] De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. [10] Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’ (fragment in bijbel-online)
|
||
|
Een vrouw op overspel betrapt |
||
|
Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8] Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden* willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
[1] De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen marteling kan hun deren. [2] Dwazen menen dan wel dat de rechtvaardigen dood zijn, dat het ellendig is dat ze ons moesten verlaten [3] en rampzalig dat ze afscheid moesten nemen – de rechtvaardigen zijn evenwel in vrede. [4] Ook al ziet iedereen hun lot als een straf, zij koesterden de hoop op onsterfelijkheid. [5] En na een korte tijd van lijden is hun onmetelijk geluk ten deel gevallen, want God heeft hen op de proef gesteld en hen waardig gekeurd om bij hem te zijn. (fragment in bijbel-online)
|
||
|
Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op (fragment in bijbel-online)
|
||
| Psalm
72, 4
|
||
|
Ook werd ik getroffen door
al de onderdrukking die er heerst onder de zon.
|
||
|
Juda en Tamar
|
||